RECHTBANK AMSTERDAM
Sector Kanton - Locatie Amsterdam
Kenmerk
Datum: 23 mei 2007
 

Vonnis in de zaak van:
 
DEXIA BANK NEDERLAND N.V.
gevestigd te Amsterdam
gedaagde in de hoofdzaak
eiseres in het incident
nader te noemen Dexia
gemachtigde: mr. G.P. Roth
 
t e g e n

1.  [X]
2.  [X-NNNNN]
wonende te [woonplaats]
eisers in de hoofdzaak
verweerders in het incident
nader te noemen [X c.s.]
gemachtigde:
 

VERLOOP VAN DE PROCEDURE
 
De volgende processtukken zijn ingediend:
 
-   de dagvaarding van [X c.s.] met bewijsstukken, inhoudende de vordering
van [X c.s.]
-   Bij incidentele conclusie van [X c.s.] heeft Dexia op gronden als daarin vermeld geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van [X c.s.].
-   Daarop hebben [X c.s.] bij conclusie van antwoord in het incident gereageerd.
 
Op 22 april 2005 is de zaak bij rolmededeling aangehouden tot de rolzitting van 9 december 2005.
 
Bij rolbeschikking van 29 juli 2005 is, naar aanleiding van daartoe strekkende aktewissellngen, de zaak verwezen naar de rol van 2 september 2005 voor vonnis in het incident.
 
Op 2 september 2005 is Dexia bij rolmededeling toegelaten tot het nemen van een nadere akte in het incident.
 
-   Bij antwoordakte van 30 september 2005 heeft Dexia gereageerd;
-   Bij akte in het incident [X c.s.] geantwoord.
 
Bij rolmededeling van 27 januari 2006 is op verzoek van Dexia de zaak op grond van artikel 1015 Rv geschorst.
 
Op verzoek van [X c.s.] hervat, onder overlegging van een opt-out verklaring.
 

Daarna is vonnis in het incident bepaald.
 
GRONDEN VAN DE BESLISSING
 
In het incident
 
1.  Aan haar vordering tot niet-ontvankelijkheid van [X c.s.] heeft Dexia allereerst ten grondslag gelegd dat [X c.s.] hun stellingen in de hoofdzaak onvoldoende gemotiveerd hebben onderbouwd.
 
2.  Voorts stelt Dexia dat zij [X c.s.] het 'Dexia Aanbod' hebben aangeboden. Door acceptatie van het 'Dexia Aanbod' zouden [X c.s.] verruimde mogelijkheden krijgen om hun restschuld af te wikkelen, maar zouden zij af moeten zien van gerechtelijke procedures tegen Dexia en afstand doen van alle rechten uit hoofde van of verband houdende met de effectenlease-overeenkomst.
Op 18 februari 2003 is het 'Dexia Aanbod', door middel van ondertekening van het aanmeldingsformulier, door [X c.s.] aanvaard.
 
3.  [X c.s.] betwisten dat zij hun stellingen in de hoofdzaak onvoldoende hebben onderbouwd.
 
4.  Voorts stellen [X c.s.] dat [X c.s.] door ondertekening van het 'Dexia Aanbod' geen afstand heeft gedaan van de rechten om de lease-overeenkomst op grond van art. 1:88 lid 1 sub d BW te vernietigen.
 
5.  [X c.s.] voeren aan dat de bepalingen 5.2.4. en 5.2.5. van het 'Dexia Aanbod' op grond van art. 6:236 BW en 6:237 BW vernietigbaar zijn. Ook stellen zij dat hen de voorwaarden van het 'Dexia Aanbod' nooit zijn overhandigd.
Voorts voeren [X c.s.] aan dat Dexia haar verbintenis uit het 'Dexia Aanbod' niet
is nagekomen en dat zij het "Dexia Aanbod' voor ontbonden verklaren.
 
6.  De kantonrechter is van oordeel dat [X c.s.] hun vordering in de hoofdzaak voldoende gemotiveerd hebben onderbouwd.
 
7.  De kantonrechter overweegt dat het door Dexia en [X c.s.] ondertekende 'Dexia Aanbod' als vaststellingsovereenkomst dient te worden gekwalificeerd. In een vaststellingsovereenkomst, art 7:900 BW, binden partijen zich jegens elkaar aan een vaststelling ter beŽindiging of ter voorkoming van een onzekerheid of geschil. Het 'Dexia Aanbod' voldoet aan de vereisten van art. 7:900 BW. [X c.s.] en Dexia zijn in het 'Dexia Aanbod' overeengekomen op welke wijze zij de restschuld zullen afwikkelen. Hiermee is beoogd een geschil over deze afwikkeling te voorkomen.
 
8.  Slechts in uitzonderlijke gevallen kan een vaststelllngovereenkomst in en buiten rechte worden aangetast. Nu geen uitzonderlijke gevallen zijn gesteld en daarvan ook niet is gebleken, blijft het 'Dexia Aanbod' tussen Dexia en [X c.s.] van kracht. Dexia en [X c.s.] dienen te handelen op de wijze zoals besloten in het 'Dexia Aanbod'. Dit leidt tot de conclusie dat de vordering van Dexia toewijsbaar is en dat [X c.s.] niet-ontvankelijk zijn in hun vordering in de hoofdzaak.
 
9.  Bij deze uitkomst van het incident worden [X c.s.] veroordeeld in de proceskosten gevallen van aan de zijde van Dexia in het incident, begroot op Ä 300,00 als salaris gemachtigde.
 
In de hoofdzaak
 
10. De beslissing in het incident heeft tevens tot gevolg dat [X c.s.] in de hoofdzaak niet-ontvankelijk zijn in hun vordering. De vordering in de hoofdzaak dient te worden afgewezen.
 
11. Gelet op de afloop van het geding in de hoofdzaak worden [X c.s.] veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van Dexia, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
 
BESLISSING
 
De kantonrechter:
 
In het incident
 
I.  wijst de vordering van Dexia tot niet-ontvankelijkheld van [X c.s.] toe;
 
II. veroordeelt [X c.s.] in de kosten van het incident aan de zijde van Dexia
gevallen, begroot op Ä 300,00 als salaris gemachtigde.
 
In de hoofdzaak
 
I.  wijst de vordering van [X c.s.] af;
 
II. veroordeelt [X c.s.] in de kosten van het geding gevallen aan de zijde van Dexia; tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
 

Aldus gewezen door mr. R.A.J. van der Linde, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 mei 2007 in aanwezigheid van de griffier.