Het gebruik maken van onderstaande uitspraak bij eventuele publicatie, is alleen toegestaan indien de gehele URL wordt overgenomen. Het kopieren van deze uitspraak en het plaatsen hiervan op een site is zonder toestemming van de Stichting PAL, uitdrukkelijk verboden.

vonnis
 
RECHTBANK AMSTERDAM
 
Sector Kanton
Locatie Amsterdam
 
Zaak- en rolnummer: 1038876 DX EXPL 09-210
vonnis van 21 oktober 2009
605
 
Vonnis van de kantonrechter
 
inzake
 
de vennootschap naar Iers recht
VARDE INVESTMENTS (IRELAND) LIMITED,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Dublin, Ierland,
eisende partij,
hierna te noemen Varde,
gemachtigde: Swier & Van der Weijden Gerechtsdeurwaarders,
 
tegen
 
[X],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen [X],
gemachtigde: mr. E.H. Hoeksma.
 

De procedure
 
De volgende processtukken zijn ingediend:
-    de dagvaarding van 5 november 2009, met producties;
-    de incidentele conclusie houdende verzoek tot verwijzing wegens litispendentie en connexteit
ex art. 220 Rv en incidentele conclusie houdende verzoek tot oproeping in vrijwaring ex
artikel 210 Rv van [X], met producties;
-    de conclusie van antwoord in het incident tot verwijzing tevens houdende conclusie van
antwoord in het incident tot oproeping in vrijwaring van Varde, met n productie.
 
Bij tussenvonnis van 10 maart 2009 heeft de kantonrechter te Zwolle de zaak verwezen naar de sector kanton van de rechtbank Amsterdam. Vervolgens heeft [X] mondeling verzocht om aanhouding van de zaak totdat in de zaak met rolnummer DX 08-2514 ([X] & [Y(echtgenote)] /Dexia &. Leaseproces) vonnis is gewezen. Bij akte uitlaten ejseres heeft Varde zich hiertegen verzet. Bij tussenvonnis van 20 mei 2009 is een comparitie van partijen gelast, waarbij de kantonrechter tevens heeft bepaald dat op deze comparitie gelijktijdig voornoemde zaak met rolnummer DX 08-2514 zal worden behandeld, vanwege de samenhang tussen beide zaken.
 
De comparitie heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2009. Verschenen zijn [X] in persoon, vergezeld door zijn echtgenote en bijgestaan door mr, E.H. Hoeksma en namens Varde is verschenen mr. I. van Apeldoorn. Tevens zijn in de gelijktijdig behandelde zaak met rolnummer DX 08-2514 verschenen namens Dexia mr, R. Takke, bijgestaan door mr. V.L. van den Berg en namens Leaseproces mr. J.M. Both.
 
Voorafgaand aan deze comparitie is door Varde op 17 augustus 2009 een faxbrief met producties ingediend, en ter zitting heeft [X] stukken overgelegd. De kantonrechter heeft bepaald dat deze stukken thans tot de gedingstukken behoren. van hetgeen besproken is ter comparitie heeft de griffier aantekening gehouden.
 
Daarna is vonnis bepaald op heden.
 

Gronden van de beslissing
 
1.     Feiten en omstandigheden
 
1.1.   Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V./Legio-Lease (hierna: Labouchere/Legio-Lease). Waar hierna sprake is van Dexia wordt (worden) haar rechtsvoorgangster(s) daaronder mede begrepen.
 
1.2.   [X] heeft effectenlease-overeenkomsten ondertekend waarop [X] als lessee stond vermeld en Bank Labouchere/Legio-Lease als wederpartij, met de volgende contractnummers: 74------ en 74------.
 
1.3.   Bij het einde van de onderhavige overeenkomsten was de opbrengst van de onderliggende effecten onvoldoende om de schuld van [X] aan Dexia te voldoen. Er resteerde in totaal een restschuld van 24.241,68 van [X] aan Dexia, die [X] niet heeft betaald.
 
1.4.   Bij beschikking d,d. 25 januari 2007, NJ 2007, 427, LJN: AZ7Q33 heeft het Gerechtshof te Amsterdam de op 8 mei 2006 door Dexia en enige andere belangenorganisaties gesloten overeenkomst (hierna: de WCAM-overeenkomst, in de processtukken overigens ook wel Duisenbergregeling genoemd), algemeen verbindend verklaard. Daarmee gold deze WCAM-overeenkomst als een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:907 BW tussen Dexia en de kring der gerechtigden als daarin omschreven. De WCAM-overeenkomst bepaalt op welke manier effectenlease-overeenkomsten tussen Dexia en deze gerechtigden behoren te worden afgewikkeld.
Het Gerechtshof heeft in de hier bedoelde beschikking precies aangegeven op welke manier Dexia bekendheid moest geven aan de verbindendverklaring van de WCAM-overeenkomst, aan de gevolgen daarvan, aan de omstandigheid dat alle gerechtigden daaraan gebonden waren en aan de mogelijkheid om een zogenaamde 'opt-out verklaring' in te dienen. Gewezen wordt op de rechtsoverwegingen 10.2 tot en met 10.6 van de beschikking. Gelet op de datum dat Dexia de bekendmakingen heeft gepubliceerd dienden deze opt-out verklaringen - waardoor een gerechtigde niet langer aan de WCAM-overeenkomst gebonden was - vr 1 augustus 2007 bij de notaris ingediend te worden
 
1.5.  Varde heeft bij brief van 10 januari 200S aan [X] medegedeeld dat Dexia de in deze procedure door Varde ingestelde vordering heeft gecedeerd aan Varde.
 
2.     Vordering
 
2.1.   Varde vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [X] te veroordelen tot betaling van:
- een hoofdsom van 7.781.20;
- de wettelijke rente berekend over de hoofdsom tot 10 januari 2008 ad 616,52;
- buitengerechtelijke incassokosten ad 1.167,17;
- de wettelijke rente berekend over de hoofdsom vanaf 10 januari 2008;
- de kosten van deze procedure en nakosten.
 
2.2.   Daaraan legt zij - kort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag. Aangezien [X] niet tijdig een opt-out verklaring heeft ingediend, is hij gebonden aan de WCAM-overeenkomst. [X] is op grond van die WCAM-overeenkomst aan Dexia het bedrag van de bovengenoemde hoofdsom verschuldigd. Deze vordering is door Dexia gecedeerd aan Varde. Ondanks aanmaning en sommatie heeft [X] niet betaald, waardoor [X] tevens aansprakelijk is voor de kosten van de buitengerechtelijke incassowerkzaamheden en de rente.
 
3.     Verweer
 
3.1    [X] heeft ter zitting mondeling verweer gevoerd tegen de vorderingen van Varde en
Varde heeft daarop gereageerd. Voor zover nodig wordt hieronder op dit verweer ingegaan.
 
4.     Beoordeling
 
4.1    Waar nodig zal hierna nader worden ingegaan op de stellingen en verweren van partijen. Geoordeeld wordt als volgt.
 
4.2    In de hiervoor reeds genoemde zaak met rolnummer DX 08-2514, bij deze rechtbank aanhangig gemaakt door [X] en zijn echtgenote, is bij vonnis van heden vastgesteld dat het door Dexia ontvangen poststuk niet is aan te merken als een rechtsgeldig afgelegde opt-out verklaring. De kantonrechter gaat er daarom ook in deze procedure van uit dat geen rechtsgeldige opt-out verklaring is ingediend.
 
4.2    De vordering van Varde is gebaseerd op de WCAM-overeenkomst, waarin is vastgelegd hoe effecten lease-overeenkomsten als door [X] gesloten moeten worden afgewikkeld. Gesteld noch gebleken is dat op [X] n van de in de artikelen 2.2 of 2.3 van de WCAM-overeenkomst bepaalde uitzonderingen van toepassing is. [X] is daarom overeenkomstig de hoofregel van artikel 2.1 van de WCAM-overeenkomst aan te merken als een gerechtigde bij die overeenkomst.
 
4.3    [X] heeft ter zitting met overlegging van stukken aangevoerd dat zijn echtgenote, met wie hij ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomsten reeds gehuwd was, de lease-overeenkomsten bij brief van 25 maait 2003 (hiema: de vemietigingsbrief) wegens het ontbreken van haar toestemming tot het aangaan daarvan heeft vernietigd met een beroep op de artikelen 1:88 en 1:89 BW. Varde heeft hiertegen geen inhoudelijk verweer gevoerd.
 
4.4    De WCAM-overeenkomst bepaalt in artikel 4.2. voor lease-overeenkomsten als de onderhavige die voor 1 mei 2005 voortijdig zijn beindigd, dat de Duisenbergvergoeding gelijk is aan 100% van de restschuld in het geval dat Dexia binnen driejaar en zes maanden na de aanvangsdatum van de lease-overeenkomst een zogenaamde 'eega-brief' heeft ontvangen. De vemietigingsbrief die de echtgenote van [X] binnen die termijn verzonden heeft is zo'n brief. Hiermee is vast komen te staan dat Dexia ten tijde van de cessie aan Varde geen vordering had op [X]. De vordering van Varde wordt daarom afgewezen.
 
4.5    De overige stellingen van partijen behoeven geen behandeling meer.
 
4.6    Gelet op de uitkomst van de procedure dient Varde te worden veroordeeld in de kosten van het geding. De gevorderde proceskosten worden toegewezen conform het gebruikelijke liquidatietarief.
 

Beslissing
 
De kantonrechter:
 
I.     wijst de vordering af;
 
II.    veroordeelt Varde in de kosten van de procedure, aan de zijde van [X] gevallen, tot op heden begroot op 250,- aan salaris gemachtigde, voor zover verschuldigd, inclusief btw;
 
III.   verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
 
IV.    wijst af het meer of anders gevorderde.
 

Aldus gewezen door mr A.M.I. van der Does, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 oktober 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

Ingescant en bewerkt naar HTML Copyright (C) Stichting PAL