Het gebruik maken van onderstaande uitspraak bij eventuele publicatie, is alleen toegestaan indien de gehele URL wordt overgenomen. Het kopieren van deze uitspraak en het plaatsen hiervan op een site is zonder toestemming van de Stichting PAL, uitdrukkelijk verboden.

vonnis
 
RECHTBANK AMSTERDAM
 
Sector Kanton
 
Locatie Amsterdam
 
Rolnummer: 846825 DX EXPL 07-348
Vonnis van: 7 mei 2008
F.no.:619
 
Vonnis van de kantonrechter
 
inzake
 
[X],
nader te noemen [X],
wonende te [woonplaats],
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),
 
tegen
 
de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,
nader te noemen Dexia,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
gemachtigde: dw. P. Swier.
 
Procedure
 
Het volgende processtuk is ingediend:
-     de dagvaarding van 5 januari 2005, met producties.
 
Daarna heeft Dexia bij akte schorsing van de procedure aangezegd krachtens de Wet collectieve afwikkeling massaschade (WCAM). Bij rolmededeling van 6 december 2005 is vastgesteld dat de procedure is geschorst. [X] heeft vervolgens bij akte verzocht tot opheffing van de schorsing op grond van artikel 227 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierop heeft Dexia bij akte gereageerd. Bij vonnis in het incident van 16 mei 2006 is beslist dat de procedure geschorst zal blijven.
Na de zogenoemde WCAM-beschikking van 25 januari 2007 van het gerechtshof te Amsterdam heeft [X] een afschrift overgelegd van de opt-out verklaring als bedoeld in artikel 7:908 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW), waarin zij verklaart niet aan de verbindendverklaring gebonden te willen zijn. Naar aanleiding daarvan is beslist dat de onderhavige procedure wordt hervat.
 
Vervolgens is ingediend:
-     de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, van Dexia, met producties.
 
Bij tussenvonnis van 27 februari 2008 is een comparitie bepaald die heeft plaatsgevonden op 27 maart 2008. Van hetgeen besproken is ter comparitie heeft de griffier aantekening gehouden. Voorafgaand aan deze comparitie zijn door [X] een conclusie van antwoord in reconventie tevens akte uitlating na tussenvonnis met producties en door Dexia per fax van 14 maart 2008 aanvullende stukken ingediend. De kantonrechter heeft bepaald dat deze stukken bij de processtukken worden gevoegd.
 
Daarna is vonnis bepaald op heden.
 
Gronden van de beslissing
 
1.    Feiten

In conventie en in reconventie
Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:
 
1.1.  Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V./Legio Lease B.V. (hierna: Labouchere/Legio Lease). Waar hierna sprake is van Dexia wordt (worden) haar rechtsvoorgangster(s) daaronder mede begrepen.
 
1.2.  [X] heeft de volgende lease-overeenkomst ondertekend waarop zij als lessee staat vermeld, met als wederpartij Legio Lease (hierna: de lease-overeenkomst):
Nr. Contractnr.  Datum           Naam van de overeenkomst  Leasesom
1. 59185454      24-03-2000    Korting Kado                      9.742.20
 
1.3.  [X] was ten tijde van het aangaan van de hieronder bedoelde overeenkomst gehuwd met [Y], die geen schriftelijke toestemming heeft verleend voor het aangaan van deze lease-overeenkomst.
 
1.4.  Op 16 januari 2005 heeft Dexia een eindafrekening opgesteld volgens welke [X] uit hoofde van de lease-overeenkomst nog verschuldigd was 2.817,53, welk bedrag [X] niet heeft betaald.
 
1.5.  De eerste betaling aan Dexia ter zake van de lease-overeenkomst vond plaats op 1 april 2000 en is verricht ten laste van een rekening die op naam van [X] stond.
 
1.6.  Bij brief van 4 december 2003 heeft [Y] met een beroep op artikel 1:89 BW de nietigheid ingeroepen van de lease-overeenkomst, althans vernietiging in rechte aangekondigd, en terugbetaling gevorderd binnen een termijn van veertien dagen.
 
2.    Vorderingen [X] in conventie
 
[X] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
 
1.    te verklaren voor recht dat [X] recht heeft op terugbetaling van al hetgeen zij in het kader van de lease-overeenkomst aan Dexia heeft betaald, en wel op grond van vernietiging door  [Y] ex artikel 1:88 BW, althans op grond van vernietiging wegens strijd met
de Wet op het consumentenkrediet en/of dwaling en/of misbruik van omstandigheden, althans op grond van ontbinding wegens wanprestatie;
 
2.    voor het geval de nietigheid of ontbinding van de lease-overeenkomst niet wordt uitgesproken:
Te verklaren voor recht dat Dexia onrechtmatig jegens [X] gehandeld heeft en/of tekort is geschoten in de zorgvuldigheid en zorgplicht die zij zowel uit redelijkheid en billijkheid als uit de wet als uit de lease-overeenkomst jegens [X] had moeten betrachten en dat zij daarom geen aanspraak kan maken op betaling door [X] van de door haar gevorderde restschuld en dat zij gehouden is alle door [X] aan haar betaalde bedragen te restitueren, vermeerderd met de wettelijke rente over die betalingen vanaf de dag van de betalingen tot aan de dag van algehele terugbetaling door Dexia;
 
3.    Dexia te veroordelen tot terugbetaling aan [X] van 2.426,76 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag, althans de som van alle door [X] aan Dexia betaalde bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de dag van de betalingen tot aan de dag van algehele terugbetaling door Dexia;
 
4.    Dexia te bevelen om binnen twee weken na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te bewerkstelligen dat de registratie van [X] bij het BKR te Tiel, althans de aan die registratie gekoppelde achterstandcodering ongedaan wordt gemaakt, zulks op straffe van een dwangsom van 500,- voor iedere dag dat Dexia daarmee in gebreke blijft met een maximum van 20.000,-;
 
5.    Dexia te veroordelen tot betaling van [X]s werkelijke proceskosten, te weten een bedrag van 895,- alsmede 15% over de door Dexia aan Robert terug te betalen bedragen en 15% over de door Dexia gevorderde bedragen die eiser na de uitspraak in deze zaak niet meer zal hoeven te betalen, althans tot betaling van de door de rechtbank in goede justitie vast te stellen proceskosten.
 
3.    Standpunten [X]
 
3.1.  [X] stelt - voor zover van belang - dat de lease-overeenkomst moet worden aangemerkt als huurkoop in de zin van artikel 7A: 1576h BW en derhalve als koop op afbetaling in de zin van artikel 7A: 1576 BW en dus de toestemming behoefde van [Y] ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW. Omdat [Y] deze (schriftelijke) toestemming niet verleend heeft, heeft hij de lease-overeenkomst rechtsgeldig kunnen vernietigen.
 
3.2.  Volgens [X] is Dexia aansprakelijk voor de door haar geleden schade. De schade bestaat volgens [X] uit de door haar gevorderde bedragen.
 
3.3.  Volgens [X] is Dexia wettelijke rente verschuldigd over alle betaalde bedragen vanaf de datum van betaling van deze bedragen.
 
4.    Standpunten Dexia
 
4.1.  Dexia betwist de vorderingen van [X] en voert - kort gezegd - aan dat de lease-overeenkomst niet kan worden aangemerkt als huurkoop.
 
4.2.  Voorts voert Dexia aan dat geen sprake is van vernietigbaarheid als bedoeld in artikel 1:89 BW omdat - kort gezegd - artikel 1:88 BW niet van toepassing is nu dit artikel geen betrekking heeft op vermogensrechten als de onderhavige, er geen sprake is van huurkoop bij gebrek aan aflevering en omdat partijen niet hebben beoogd om de afnemer de effecten te doen verkrijgen. Dexia stelt verder dat de huwelijkspartner de in artikel 1:88 BW bedoelde toestemming ook op andere wijze dan schriftelijk kan verlenen en dat [Y] dit ook gedaan heeft. Tenslotte is het recht om de lease-overeenkomst op deze grond te vernietigen volgens Dexia verjaard.
 
5.    Vorderingen Dexia in reconventie
 
5.1.  In reconventie vordert Dexia [X] te veroordelen tot betaling van 2.762,04, zijnde het resterende saldo van de door Dexia opgestelde eindafrekening, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2007, stellende dat [X] in verzuim is met de nakoming van haar verplichtingen uit de lease-overeenkomst.
 
6.    Verweer in reconventie

Onder verwijzing naar haar stellingen in conventie bestrijdt [X] nog iets aan Dexia verschuldigd te zijn.
 
7.    Beoordeling van de vorderingen in conventie en reconventie
 
7.1.  In het vonnis van deze rechtbank van 27 april 2007, LJN nummer BA 3914, zijn in een soortgelijk geschil een aantal rechtsvragen beantwoord en beoordelingsmaatstaven gegeven, waarvan voor dit geding met name van belang zijn:

huurkoop en bevoegdheid (rov 8.1);
artikel 1:88/1:89 BW (rov 8.2);
De kantonrechter neemt de overwegingen uit het vonnis van 27 april 2007 op deze onderdelen over, voor zover daarvan niet hierna wordt afgeweken. De stellingen in conventie en in reconventie zullen zoveel mogelijk gezamenlijk behandeld worden. In het onderhavige geval komt dat neer op het volgende.
 
Huurkoop: bevoegdheid en artikel 1:88/l :89 BW
 
7.2.  Een lease-overeenkomst als de onderhavige wordt aangemerkt als huurkoop. De kantonrechter is derhalve bevoegd.
 
7.3.  Artikel 1:88 lid 1 onder d BW is op deze lease-overeenkomst van toepassing. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, diende de daar bedoelde toestemming voor de lease-overeenkomst ook schriftelijk te worden gegeven (vgl. het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007, LJN: AZ9721, rov 2.12.3). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, had [Y] de bevoegdheid een beroep te doen op de hier bedoelde vernietigbaarheid.
 
7.4.  De verjaringstermijn voor dit beroep is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW drie jaar. De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, RvdW 2007, 68 en LJN: AY8771). Op Dexia rust de stelplicht en bewijslast ter zake het beroep op verjaring. Dexia heeft daartoe gesteld dat de lease-overeenkomst op 30 maart 2000 tot stand is gekomen en de vernietigingsverklaring van [Y] dateert van 4 december 2003 zodat op dat moment meer dan driejaar was verstreken. Dexia voegt hier aan toe dat het binnen de Nederlandse gezinsverhoudingen gebruikelijk is dat beleggingsbeslissingen, zoals het aangaan van een lease-overeenkomst, met medeweten en instemming van beide echtgenoten worden genomen, zodat volgens Dexia ervan worden uitgegaan dat [Y] op de hoogte was van de lease-overeenkomst. De stelling van Dexia dat er in de Nederlandse gezinsverhoudingen van uitgegaan mag worden dat de
echtgenoot er steeds van op de hoogte is wanneer de partner investeringen als de onderhavige doet. moge in veel gevallen juist zijn maar is onvoldoende om deze bekendheid ook aan te nemen in gevallen waarin die bekendheid gemotiveerd wordt betwist. Aan deze eis van gemotiveerde betwisting heeft [X]s voldaan nu ter comparitie door [X] -onvoldoende weersproken - is gesteld dat de maandelijkse termijnbetalingen aan Dexia door [X] vanaf een bankrekening zijn verricht die op haar naam staat. De kosten voor de huishouding worden eveneens door [X] van deze bankrekening voldaan. [Y] heeft ter comparitie verklaard dat hij in 1995 door een herseninfarct is getroffen als gevolg waarvan hij langere tijd heeft moeten revalideren. De administratie van zijn bedrijf alsmede zijn eigen administratie werden in die periode verricht door [X]. Ook na zijn herstel is [X] zijn administratie blijven verzorgen. Gelet op de zwakke gezondheid van [Y] neemt [X] deze (huishoudelijke) taken voor haar rekening waardoor [Y] pas geruime tijd na het sluiten van de lease-overeenkomst op de hoogte is geraakt van het bestaan daarvan.
 
7.5.  In dit licht heeft Dexia haar stelling dat [Y] de lease-overeenkomst na het verstrijken van de verjaringstermijn heeft vernietigd, onvoldoende met feiten onderbouwd, zodat die stelling gepasseerd dient te worden en er geen aanleiding is Dexia ter zake tot bewijs toe te laten. Er moet derhalve van worden uitgegaan dat [Y] de leaseovereenkomst tijdig heeft vernietigd. Nu sprake is van een rechtsgeldige vernietiging dienen alle betalingen van [X] aan Dexia ter zake van de lease-overeenkomst te worden gerestitueerd, verminderd met hetgeen [X] ter zake van die overeenkomst van Dexia ontvangen heeft, zoals uitgekeerde dividenden. [X] heeft in haar akte uitlating na tussenvonnis gesteld, dat zij een bedrag van 2.516,64 aan Dexia heeft betaald, maar hierbij aangetekend dat zij niet meer over gegevens beschikt die dit bedrag onderbouwen. Dexia heeft een electronisch overzicht uit haar administratie overgelegd waaruit volgt dat zij een bedrag van 2.417,70 van [X] heeft ontvangen. Voor wat betreft de hoogte van de uitgekeerde dividenden heeft [X] zich gerefereerd aan het overzicht zoals dat is verstrekt door Dexia waarop is aangegeven dat een bedrag van 520,61 aan [X] is uitgekeerd. De kantonrechter gaat gelet op het vorenstaande uit van de juistheid en volledigheid van de administratie van Dexia en de door deze genoemde bedragen. Dexia dient derhalve per saldo een bedrag van 1.897,09 aan [X] te voldoen.
 
Wettelijke rente
 
7.6.  De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar over het in 7.5 bedoelde saldo van de door Dexia te restitueren betalingen vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim was, zijnde het moment waarop de door [Y] in zijn onder 1.6 bedoelde brief genoemde betalingstermijn verstreek, derhalve met ingang van 19 december 2003.
 
BKR-registratie
 
7.7.  Nu [X] ingevolge dit vonnis geen betalingsverplichtingen jegens Dexia meer heeft, zal de vordering met betrekking tot de BKR-registratie worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd en de termijn waarbinnen Dexia aan haar na te melden verplichting moet voldoen zal worden gesteld op tien dagen na betekening van dit vonnis.
 
Overige stellingen in conventie
 
7.8.  De overige stellingen van partijen in conventie behoeven geen behandeling meer.
 
Vordering in reconventie
 
7.9.  Uit het voorgaande volgt dat de door Dexia ingestelde reconventionele vordering dient te worden afgewezen. De in verband daarmee gestelde gronden, feiten en omstandigheden zijn verdisconteerd in het oordeel in conventie omtrent de verplichtingen die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid thans tussen partijen hebben te gelden.
 
Uitvoerbaar bij voorraad
 
7.10. Er is bij afweging van de belangen van beide partijen bij de onderhavige uitspraak onvoldoende aanleiding het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
 
Proceskosten
 
7.11. Gelet op de uitslag van de procedure in conventie en in reconventie dient Dexia te worden veroordeeld in de kosten van het geding in conventie en in reconventie. De kosten in reconventie zullen evenwel op nihil begroot worden, nu het debat in reconventie (vrijwel) geheel samenvalt met dat in conventie.
 
Tot slot
 
7.12. Nadat aan dit vonnis is voldaan zullen partijen geen verplichtingen meer jegens elkaar hebben uit de onderhavige rechtsverhouding. De eigendom van de in het kader van de lease-overeenkomst gekochte effecten is bij Dexia verbleven.
 
Beslissing
 
De kantonrechter:
 
in conventie
 
I.    verklaart voor recht dat artikel 1:88 BW op de lease-overeenkomst van toepassing is en dat de lease-overeenkomst derhalve buitengerechtelijk vernietigd is;
 
II.   veroordeelt Dexia aan [X] te voldoen:
1.897,09 als hoofdsom:
de wettelijke rente over 1.897,09 vanaf 19 december 2003 tot aan de
dag der voldoening;
 
III.  veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure, aan de zijde van [X] gevallen, tot op heden begroot op:
voor verschuldigd griffierecht                  192,00
voor het exploot van dagvaarding              85,60
voor salaris van gemachtigde                   375,00
totaal                                                  652,60
 
IV.   veroordeelt Dexia om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis het Bureau Kredietregistratie te Tiel te berichten dat [X] geen verplichtingen uit de lease-overeenkomst meer heeft, op straffe van een dwangsom van 100,00 voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van 10.000,00;
 
V.    verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
 
VI.   wijst af het meer en anders gevorderde;
 
in reconventie
 
VII.  wijst de vordering af;
 
VIII. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [X] gevallen, tot op heden begroot op nihil voor salaris van gemachtigde.
 

Aldus gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 mei 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.

Ingescant en bewerkt naar HTML Copyright (C) Stichting PAL