Het debacle van Spaar Select
 
Een claim van 10 miljard euro hangt boven hoofd van de banken
 
19 oktober 2006
 
In het dossier Spaar Select heeft de Antwerpse onderzoeksrechter Zelia (nu Swiss Life Belgium) in verdenking gesteld. Naast het strafrechtelijke luik duikt ook de burgerrechtelijke vraag op of de financiŽle instellingen de wet op het consumentenkrediet hebben overtreden. Zo ja dreigen zij voor de volledige rekening op te draaien.
 
Op 27 oktober 2006 dagvaardt een groep slachtoffers van Spaar Select de betrokken banken voor de vrederechter in Gent. Als de omstreden beleggingskredieten onder de wet op het consumentenkrediet vallen, vervallen de polissen en krijgen de gedupeerde beleggers volledig hun kapitaal terug. Dit zou de financiŽle instellingen een bom geld kosten.
 
Tussen 2000 en 2003 verdeelde de Antwerpse makelaar Spaar Select zonder vergunning risicovolle beleggingskredieten (zie kader 1). Met agressieve verkooptechnieken en telemarketing smeerden de goed getrainde franchisenemers hun argeloze klanten massaal dubieuze constructies aan. Hierbij verkochten de verzekeringsbemiddelaars zogenaamd spaarplannen met megarendementen van 14% en dividenden van 3%. In feite waren het leningen - al dan niet hun woning in onderpand - om te speculeren op de beurs. De rentevoeten bedroegen meer dan 12 % per jaar op het gefinancierde bedrag.
 
Toen de financiŽle markten begin dit decennium crashten, zaten de naÔeve beleggers op de blaren. Zowel in Nederland als in BelgiŽ stapten vele gedupeerden naar de rechtbank. Naast Spaar Select zitten vier andere groepen - de Maatschappij Actief Sparen (nu Goudse), Labouchere (nu Dexia), Zelia (dochter van Swiss Life) en het Kempisch Hypotheek Kantoor (nu Kempar genoemd) - op het beklaagdenbankje. Tegen ABN Amro en het Beroepskrediet loopt nog een onderzoek. Naar verwachting komt het dossier begin volgend jaar voor de correctionele rechtbank.
 
Maar sommige gedupeerden van Spaar Select bewandelden een andere weg om hun verloren geld terug te krijgen. Zij gaven hun advocaten Serge De Smet uit Sint Niklaas en Philip Pels de opdracht via de burgerlijke rechtbank hun gelijk te halen.
 
Onwettig?
 
Volgens De Smet zijn de overwaardehypotheken van Spaar Select - woonkredieten van Kempar, gekoppeld aan beleggingen in fondsen van Zelia - onwettelijk.
 
De Smet: "In de rechtsleer geldt dat hypothecair gewaarborgde kredieten, die niet louter dienen om onroerende goederen te verwerven, onder het consumentenkrediet vallen. De betrokken contracten beleggen allemaal 75% tot 90% van de leensom in roerende waarden. Aangezien Kempar niet over de nodige vergunning beschikt om consumentenkredieten te verlenen, kunnen de polissen dus nietig verklaard worden. Het vredegerecht van Beveren verklaarde op 1 maart 2005 deze vordering ontvankelijk en gegrond. Daarnaast kreeg het slachtoffer betalingsfaciliteiten. Zo wordt de schuldenlast van mijn cliŽnt verlicht en bestaat een grote kans dat de rechtbank ten gronde geen interesten op het geleende kapitaal moet betalen met behoud van gespreide betaling, waardoor de betrokken belegger uiteindelijk geen financieel verlies zal leiden - wat nu wel het geval is als gevolg van de beurscrash!"
 
Maar Bruno Scheerlinck, directeur van Kempar (de vroegere Kempische Hypotheekmaatschappij), ontkent dat hun overwaardehypotheken onder de strenge wet op het consumentenkrediet vielen: "Het gros betreft gemengde kredieten - deels voor de aanschaf van de woning, deels voor de aankoop van aandelen. Zij vallen onder het oude KB 225 uit 1936, dat nooit formeel is afgeschaft. Voor alle zekerheid contacteerden we ook de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie. In zijn brief van 24 juni 2002 stelde de toenmalige adviseur-generaal dat de betrokken beleggingshypotheken gťťn consumentenkredieten waren, maar onder de wet op het hypothecaire krediet vielen. Hoe kunnen ze ons dan enige fout verwijten. Dat de administratie nu het geweer van schouder verandert, leidt enkel tot rechtsonzekerheid. Indien nodig zullen wij de Belgische Staat in vrijwaring dagvaarden."
 
Ook stelt De Smet zich vragen bij al de notarissen, die de aktes mee ondertekenden: "In artikel 7 van het standaardcontract, dat Spaar Select met Zelia en Kempar afsloot, stond dat de kredietopening beheerst wordt door de bepalingen van de wet op het hypothecaire krediet van 1991. Nochtans betrof het telkens een beleggingshypotheek met een meervoudig doel, namelijk de overname van een bestaand woonkrediet (al dan niet gekoppeld aan nieuwe verbouwingswerken) en een belegging in Tak 23. Krachtens de letter van de wet zijn dit consumentenkredieten. Notarissen moeten dat toch weten. In hun verweerschrift voor het vredegerecht van Beveren bevestigen de advocaten van Kempar trouwens dat de betrokken polissen niet onder de wet op het hypothecaire krediet van 1991, maar onder KB 225 vielen." Maar deze stelling wordt verworpen door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA). In hun jaarverslag van 2004 stelt de publieke waakhond van de banken en de verzekeringsmaatschappijen dat dit KB 225 alleen nog geldt voor de lopende kredieten, afgesloten vůůr 1994.
 
"Wij hebben altijd ter goeder trouw gehandeld" repliceert Scheerlinck: "Kempar is een loutere kredietmaatschappij en hebben met het beleggingsadvies niets te maken. Spaar Select was ťťn van de honderden makelaars, waar wij in de loop der jaren mee werkten. Deze bemiddelaar bracht beleggingshypotheken op de markt, gekoppeld aan Tak 23 van Zelia. Bovendien hebben alle kredietnemers een document ondertekend, waarin zij verklaren op de hoogte te zijn van de financiŽle risico's van het beleggingsfonds en de mogelijke impact op de terugbetaling van de lening. Als gevolg van de dalende beurzen en het negatieve nieuws rond Spaar Select raakte een deel van de 400 cliŽnten al na twee jaar in paniek, met alle gevolgen vandien. Nochtans moet je beleggingshypotheken op lange termijn evalueren."
Zelia verwerpt eveneens elke verantwoordelijkheid. Volgens de woordvoerder van Swiss Life voerde de verzekeraar enkel opdrachten van bemiddelaar Spaar Select uit. Ze had nooit weet van enige constructie. Maar dat lijkt schier onmogelijk, aangezien de financiŽle instellingen de contracten mee ondertekenden. Als commercieel gebaar naar de slachtoffers toe hebben zowel Kempar als Zelia hun klanten de kans gegeven zonder wederbeleggingsvergoeding noch uitstapkosten hun contract stop te zetten. Scheerlinck: "Uiteindelijk hebben wij nog niemand uit hun huis gezet."
 
Misleidende reclame?
 
Ondertussen stellen de beschuldigde banken dat vrederechters zich niet over de zaak kunnen uitspreken. In ons land geldt immers het adagium van 'le criminel tient le civil en ťtat'. Eerst moet de strafrechter een uitspraak doen vooraleer de burgerlijke rechtbank kan oordelen.
 
Pels betwist dit standpunt. Enerzijds hebben zijn klanten geen strafklacht ingediend. Anderzijds kan de burgerlijke rechter wel degelijk uitspraak doen over elementen waarvoor de strafrechter niet bevoegd is. In een vonnis van 1 maart 2005 volgde het vredegerecht van het kanton Beveren deze redenering en stond de betrokken consument toe zijn maandelijkse afbetaling aan Kempar te halveren.
 
"Dit vonnis had echter niets met Dexia te maken" antwoordt Ulrike Pommťe, woordvoerster van Dexia: "Wij zijn alleen betrokken in Gent, waar de vrederechter effectief de procedure heeft opgeschort op grond van 'le criminel tient le civil en ťtat'. De groep beroept zich op dit rechtsprincipe omdat een strafprocedure loopt tegen de ware schuldige, namelijk Spaar Select. Daarna pas kan de burgerlijke rechter uitspraak doen. Hieruit zal blijken dat Dexia geen fout heeft gemaakt, wel bepaalde personen rond het Antwerpse makelaarskantoor."
 
Maar Pels wil nu de aandelenleasecontracten met Labouchere nietig laten verklaren: "In de brochures van Spaar Select stond hun product Maximaal Sparen namelijk zonder de nodige nuancering gepresenteerd als een belegging waar men na 5 jaar kon uitstappen met een meerwaarde van 14% en een jaarlijks dividend van 3%. Bovendien werd nergens uitgelegd dat wie na 5 jaar uitstapte, meer dan 90% van de hoofdsom aan de bank moest terugbetalen. Dit is bewust achterhouden van essentiŽle informatie, wat indruist tegen de wet op het consumentenkrediet. Spaar Select noch Labouchere hebben hun klanten ooit gewaarschuwd dat de beoogde hefboomeffecten ook in omgekeerde richting konden werken. Om jaarlijks 12,1% effectieve rente te kunnen betalen op het gefinancierde bedrag moesten de aandelenkoersen jaarlijks met gemiddeld 8,55% stijgen om op een termijn van vijf jaar break-even te halen."
 
"Dit is juridisch onjuist" repliceert Pommťe: "De aandelenleasecontracten zijn geldige overeenkomsten naar Nederlands recht. Ze werden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen toepasselijk gemaakt. Er is geen reden om het Belgische recht toe te passen. Dexia Bank Nederland heeft vrijwel alle rechtszaken over vermeende 'misleidende reclame' gewonnen. Dit is geen onderwerp meer." "Nochtans legde Autoriteit FinanciŽle Markten (AFM) in augustus 2004 een boete van 54.450 euro op aan Dexia Bank Nederland wegens onvoldoende informatie bij het verkopen van de aandelenleaseproducten" merkt Pels fijntjes op: "En dan hebben de Nederlandse toezichthouders niet eens te oordelen gekregen over de reclame die in BelgiŽ werd verspreid."
 
Discussie in Nederland
 
Bij onze noorderburen woedt een gelijkaardige discussie. Onder auspiciŽn van diverse belangenverenigingen, zoals de Stichting Leaseverlies, stapten 120.000 Nederlandse slachtoffers naar de rechtbank. Wim Duisenberg werd als onafhankelijke expert ingeschakeld om een regeling tussen de gedupeerden en Dexia uit te werken. In mei 2005 kwam de voormalige voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB) met zijn compromis op de proppen: de bank zou twee derde van de schulden, die beleggers hadden opgelopen met hun aandelenlease, kwijtschelden in ruil voor het stopzetten van de rechtszaken. De schikking zou de Belgische bank naar schatting 400 miljoen euro kosten. In toepassing van de Wet Collectieve Afhandeling van Massaschade (WCAM) vroeg Dexia samen met een aantal belangenverenigingen aan het Hof van Beroep in Amsterdam om die regeling algemeen bindend te maken. Andere belangenverengingen verzetten zich hiertegen met het argument dat Dexia de aandelen nooit echt had aangekocht en dus fictieve verliezen werden aangerekend aan de klant. In een tussenarrest van juni 2006 gaf de rechtbank de Nederlandse toezichthouder AFM de opdracht te onderzoeken of deze stelling klopte. Eind september bracht een specialistenwerkgroep verslag uit. Pommťe: "Volgens Dexia Bank Nederland zijn alle aandelen wel degelijk gekocht. Wij zien de inhoud van dit rapport dus met vertrouwen tegemoet."
 
Pels: "Ondertussen hebben verschillende rechters in Nederland geoordeeld dat ook daar het product aandelenlease onder de Wet Consumentenkrediet (WCK) valt. Dit impliceert dat Labouchere/Dexia een speciale vergunning hiervoor moest hebben en dat was niet het geval. Op die grond lijken de contracten ook naar Nederlands recht ongeldig. Indien de Duisenberg-regeling niet algemeen bindend wordt verklaard en alle gedupeerden verder procederen kan volgens mijn Nederlandse confrater Jeroen Wendelgelst van JuniorLease de rekening voor Dexia oplopen tot 10 miljard euro."
 
Pommťe: "Inderdaad heeft een aantal Nederlandse rechters in eerste instantie geoordeeld dat aandelenlease onder Nederlandse WCK zou vallen. Een aantal andere rechters stelt dat dit juist niet het geval is. De rechters die de WCK van toepassing vinden, verbinden daar overigens verschillende gevolgen aan. Recent hebben twee rechters geoordeeld dat op het niet hebben van een vergunning geen sanctie staat met betrekking tot de nietigheid/vernietigbaarheid van de overeenkomsten met cliŽnten. Andere rechters die de WCK van toepassing vinden, verdelen vervolgens de gevolgen 'naar redelijkheid en billijkheid' tussen Dexia Bank Nederland en de betreffende cliŽnt. Dexia blijft van mening dat - mede gezien stellige uitlatingen in 1998 van staatssecretaris Gerrit Zalm - de WCK Łberhaupt niet van toepassing is."
 
Pels: "Waarmee Dexia zichzelf nog maar eens tegenspreekt. Ik verwijs naar het communiquť van eind december 2005 waarin Dexia zelf te kennen gaf dat ze aan Belgische gedupeerden een betere deal aanbood dan aan de Nederlanders, omdat de Belgen beter beschermd worden door de wet op het consumentenkrediet." Toch ziet Dexia Bank Nederland de afloop van de procedure bij het Hof in Amsterdam met vertrouwen tegemoet. Pommťe: "Wij zijn er van overtuigd dat de Duisenberg-regeling een genereus aanbod is dat door een grote meerderheid aanvaard zal worden. Vooruitlopend op het oordeel van de rechtbank hebben al meer dan 60.000 cliŽnten deze minnelijke schikking aanvaard. Tel daar nog ongeveer 90.000 beleggers, die in 2003 het zogenaamde 'Dexia-Aanbod' ondertekenden, bij en het gros van de slachtoffers mag dus niet meer tegen Dexia Bank Nederland procederen."
 
Oplossingen
 
Wat ook het uiteindelijke oordeel van de rechtbanken in BelgiŽ en Nederland zullen zijn, dringt een wetgevend initiatief zich op om malafide constructies ŗ la Spaar Select in de toekomst te vermijden.
 
In de praktijk blijkt het wapenarsenaal van de overheid te broos voor een goede bescherming van de naÔeve beleggers. De bevoegdheden van de Commissie voor Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) blijft beperkt tot de controle van de registratie, terwijl FOD Economie slechts over een tiental inspecteurs beschikt om de handel en wandel van verzekeringsbemiddelaars in het oog te houden.
 
Onder druk van vice-premier Freya Van den Bossche werkt Assuralia - de beroepsfederatie van verzekeringsondernemingen - aan een deontologische code. "Dat is een stap in de goede richting, maar zal de problematiek op de markt niet oplossen" besluit Daniel Nicolaes, voorzitter van de Beroepsvereniging voor Zelfstandige Bank- en verzekeringsagenten (BZB): "Conform het buitenland zouden levensverzekeringen, gekoppeld aan beleggingen (zoals Tak 21 en Tak 23), beter onder het strenge regime van de bankproducten vallen. Zo zouden een beleggingsprofiel en de publicatie van alle kosten in de verzekeringsvoorstellen wettelijk verplicht moeten worden om de klant tegen zichzelf te beschermen. Ook zorgen de verdisconteerbare commissielonen, waarbij de vergoedingen voor de bemiddelaars naar voren geschoven worden in de tijd (zie kader 2), voor problemen binnen de sector van de klassieke levensverzekeringsproducten. Gelukkig blijft het aantal maatschappijen, die deze vorm van remuneratie nog gebruiken, beperkt."
 
Ondertussen zijn de tussenpersonen in de verzekeringssector wettelijk gebonden aan een informatieplicht. Toch is Patrick Beyens, directeur Distributie van Fortuna Financial Planners uit Antwerpen, ontgoocheld over de nieuwe reglementering: "Voortaan moet de inventariswaarde van de belegging in het contract staan. Maar de klant kent de werkelijke waarde van de aandelen niet en blijft dus in het ongewisse. Alleen als de wetgever de verhouding tussen het genomen risico en het ontvangen rendement - de zogenaamde 'sharpe'-ratio - zou verplichten, krijg je pas ťchte transparantie!"
 
Ten slotte blijft een discriminatie tussen de verzekeraars en de andere financiŽle instellingen. Zo worden beursvennootschappen verplicht al hun kosten in detail en op voorhand aan hun cliŽnteel bekend te maken. Bovendien worden ze binnenkort aan een nog strenger toezicht onderworpen, namelijk de Europese richtlijn voor beleggingstransacties (Mifid). Ingrid Stevens, zaakvoerder van de gelijknamige beursvennootschap uit Antwerpen: "Naast het huidige risicoprofiel van de klant zullen wij de volledige beheersvergoeding moeten toelichten. Maar de verzekeringsmakelaars ontsnappen aan dergelijke verplichtingen. Dat is oneerlijke concurrentie. Tak 23 is namelijk een beleggingsproduct, verpakt in een levensverzekering."
 
Eric Pompen
eric.pompen@trends.be
 
Tijdlijn : Het proces van Spaar Select
 

Copyright © 2006 - Roularta Media Group - All rights reserved
 
Bron: www.trends.be