Voorlopig AFM rapport ťťnzijdig onderbouwd met aannames maar zonder bewijzen

 

Op 28 september verscheen het voorlopige rapport van de AFM over het onderzoek naar de aankoop van de aandelen door Dexia. Dit onderzoek is gehouden in opdracht van het gerechtshof in Amsterdam.

 

 

 

                        PAL reactie op voorlopig AFM rapport

 

 

 

1.                  Inleiding

 

In dit document geeft de Stichting Platform Aandelenlease (PAL) haar reactie op het voorlopige rapport van de AFM inzake de aandelenlease affaire. De conclusie die PAL na lezing van dit voorlopige rapport moet trekken is dat de AFM een hoop kansen onbenut heeft gelaten om antwoorden te krijgen op knellende vragen. Alhoewel het Hof aan de AFM alle mogelijke ruimte heeft gelaten, heeft de AFM bijvoorbeeld niet onderzocht tegen welke prijs Dexia de verschillende aandelen effectief heeft aangeschaft. Juist in een dalende aandelenmarkt, waarvan sinds 2000 sprake was, is het aannemelijk dat ingeval van producten waar aandelen in ďtranchesĒ werden aangeschaft de opeenvolgende tranches steeds goedkoper werden ingekocht. Hierdoor is de beweerde schade die Dexia nu zou leiden evenredig lager.

 

Verder komt PAL tot de volgende conclusies :

 

  1. Het voorlopig AFM rapport is ťťnzijdig onderbouwd met aannames, maar zonder bewijzen;

 

  1. De AFM is fundamenteel anders te werk gegaan dan het hof heeft gevraagd. Er was gevraagd om een onderzoek naar feiten en de conclusies hiervan zouden dan wel door het hof worden getrokken. De AFM is echter buiten haar boekje gegaan door op de stoel van het Hof te gaan zitten en zelf al de conclusies te trekken en dit niet over te laten aan het Hof en waarbij hun conclusies ook nog eens grotendeels zijn gebaseerd op aannames en niet op bewijzen. Deze feiten worden vervolgens verdoezeld door zelf al met conclusies te komen !

 

  1. De rapportage is gebaseerd op een controle van slechts 26 contracten op een totaal van 715.311 contracten (= 0,004 % !) : nergens wordt uitgelegd of verklaard waarom voor het getal 26 gekozen is. Feit is echter dat er beduidend meer dan 26 soorten ďaandelenleaseĒ producten bestaan en dat het vervolgens wel erg minimalistisch is om per product niet eens 1 contract te onderzoeken. De representativiteit van deze niet-onderbouwde steekproef stelt PAL dan ook ter discussie;

 

  1. De Duisenberg regeling is gebaseerd op restschuld. Restschuld die ontstaat door het aankopen en verkopen van aandelen. De AFM heeft totaal geen tijd en aandacht besteed aan de verkoop van aandelen. Nogmaals, de AFM heeft de vrijheid die zij had misbruikt om bepaalde zaken juist niet te onderzoeken, waardoor er een eenzijdig beeld is ontstaan en de waarheid (de feiten) volledig ontkracht is.

 

 

2.       Onderbouwing.

 

Dat Dexia in gebreke is gebleken , was al in 2003 bekend toen het AFM rapport over aandelenlease verscheen.

Dit rapport is hier te lezen:

http://www.platformaandelenlease.nl/Documenten/Rapport_AFM.htm

In punt 7.7. staat o.a. :

 

7.7 AO/IC

 

Bijlage 4 van de Nadere Regeling bevat in aanvulling op artikel 24 nadere regels voor de administratieve organisatie en het systeem van interne controle (ao/ic) voor een effecteninstelling. De bescherming van beleggers en de complexiteit van het aandelenleaseproduct stelt hoge eisen aan de ao/ic.

 

Naar aanleiding hiervan heeft de AFM minimale bestuurlijke boetes opgelegd aan Dexia wegens diverse overtredingen.

Curieus is dat de AFM in haar huidig rapport wederom bevestigd dat het van alle kanten rammelt in de Dexia administratie, maar toch zegt dat Dexia de aandelen voor haar cliŽnten heeft gekocht, verwerkt en behouden heeft zoals wettelijk is vereist, ondanks dat de bewijzen ontbreken. De bewijzen van het verstrekken van op datum en naam gestelde aankoopbewijzen, bewijs van aflevering in het verzameldepot volgens de Wge en de melding(en) ervan op naam van cliŽnt, zoals wettelijk vereist, zijn niet gevonden.

 

De AFM spreekt over aangekocht terwijl zij toegeeft dat zij dit niet feitelijk hebben geconstateerd.

 

De opdracht van het hof op 20 juni 2006 aan de AFM was duidelijk:  ďAan de hand van deze voorlichting (AFM rapport) die, zoals gezegd, van feitelijke aard zal (moeten) zijn, dient het hof Ė en niet de deskundige Ė de gegrondheid van het zojuist bedoelde verweer te beoordelen.Ē

De AFM vond het echter nodig om wel een oordeel te geven!

 

Enige citaten uit het rapport die aangeven dat de eindconclusie van de AFM op zín minst opmerkelijk is te noemen :

 

ďDexia hanteerde de volgende systematiek voor de aankoop van aandelen voor effectenlease cliŽnten. Dexia telde alle orders voor effectenlease cliŽnten bij elkaar op tot een verzamelorder. Deze werd door de afdeling die deze verzamelorder diende uit te voeren vervolgens weer opgesplitst om in verschillende deelorders op de effectenbeurs uit te voeren.

Hierdoor is het niet mogelijk gebleken om door Dexia op de effectenbeurs uitgevoerde transacties te herleiden tot orders voor individuele effectenleaseclienten.  (Blz. 4)Ē

 

( opmerking: Buiten het feit dat herleiden dus onmogelijk is, staat deze procedure zoals Dexia vertelt haaks op het gestelde op blz 16 pnt 2, 3 enz.

Een groot aantal gelijksoortige aandelen  werden op ťťn hoop geveegd en per fondssoort in delen over een beursdag aangekocht. Dexia werd daarmee zelf volledig en enige eigenaar van deze aandelen. Niet de individuele effectenleasecliŽnt. Dit zal ook in de betaling ervan moeten blijken. Helaas is deze geldstroom niet gevolgd.(zouden buiten opdracht vallen en te veel tijd vergen) Hierbij kunnen niet die aandelen zitten die Dexia uit uit otc-opties verkrijgt of heeft verkregen.De vraag is gerechtvaardigd of en hoe dit is onderzocht. Het blijkt nu dus helemaal niet door de AFM te zijn onderzocht.)

 

ďWel is het mogelijk te beoordelen of en hoe verzamelorders zijn samengesteld en of zij hebben geleid tot een bijboeking van aandelen op de depotrekeningen die Dexia ten behoeve van de betreffende effectenleaseproducten bij RBC Dexia Investor Services Netherlands N.V. (hierna: RBC Dexia6) aanhoudt. Een bijschrijving van aandelen op naam van Dexia op deze depotrekeningen in de administratie van RBC Dexia kwalificeert op grond van de Wet giraal effectenverkeer (hierna: Wge) als een levering van aandelen. (blz 4)Ē

 

(opmerking : De vraag is nu. Aan wie zijn deze aandelen feitelijk wettelijk (af)geleverd? Wie kan daar rechtens aanspraak op maken? En in geval van faillissement van de bank, hoe kan de effectenleasecliŽnt op grond van de wettelijke voorschriften uit o.a. de Wge aantonen welke aanspraken hij/zij op de gekochte en bewaarde aandelen bij die bank heeft? Hoe je het wendt of keert. In feite zijn deze aandelen dus met verzamelorders (ďbulkordersĒ) voor eigen rekening door Dexia gekocht en (af)levering in deze depots aan hen leveren geen aanspraken voor derden op.

 

Deze aandelen stonden en/of  staan in deze depotrekeningen vermeld op naam van de verkrijger. In dit geval op naam van (de voorgangers van) Dexia. Dexia is een aangesloten instelling bij Euroclear Nederland zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet giraal effectenverkeer en kan uit dien hoofde op de beurs aangekochte aandelen bijschrijven in haar verzameldepots en op haar depotrekeningen (zie voetnoot 6). Maar,  geen enkele aandelenleaser heeft ook maar enig bewijs van aankoop, aflevering, inschrijving van of verkrijging van aandelen ( in het verzameldepot) op hun eigen naam ontvangen.

 

Hier is kennelijk iets fundamenteels fout gedaan. Dit is namelijk een verplichting ingevolge het wettelijke voorschrift bij (af)levering van Wge-aandelen hetgeen ook is opgenomen in de ďBijzondere voorwaarden aandelenleaseĒ van de diverse aandelenleasecontracten.

 

De AFM laat hier weten dat het uitsluitend bijboekingen betreft op naam van Dexia t.b.v. effectenleaseproducten en zijn dus geen bijboekingen voor en ten name van de afzonderlijke effectenleasecliŽnten. Zijn de aandelen dan wel op de juiste wettelijke wijze aan hen (af)geleverd?)  Dexia levert hier aan zichzelf en niet aan de (aandelenlease)cliŽnt. Deze levering is niet zoals bedoeld in art. 17 en art. 25 lid 1 en lid 2 van de Wge. Voorts kocht Dexia niet alleen aandelen op de beurs, maar schoof ook van links naar rechts (en omgedraaid) met aandelen uit haar eigen effectendepots. Hierover meer bij  - 3.2  Proces van aankoop en levering - het zogenaamde "aandelendraaimolenproces").

 

 

ďTen eerste heeft de AFM op basis van een deelwaarneming (26 effectenleaseovereenkomsten7) voor de periode 1997 tot en met 2005 vastgesteld dat aandelen voor effectenleasecliŽnten tijdig zijn geleverd. In alle beoordeelde gevallen hebben bijschrijvingen plaatsgevonden op de depotrekeningen, die Dexia ten behoeve van de betreffende effectenleaseproducten bij RBC Dexia aanhoudt, die overeenkomen met de omvang en samenstelling van de verzamelorders. (blz 4)Ē

 

(opmerking: Deelwaarnemening van slechts 26 contracten. Waar komt dit aantal vandaan? Zijn deze contracten aangeleverd door Dexia of door de AFM uitgezocht? De omvang van de deelwaarneming is beperkt ten opzichte van het aantal afgesloten effectenleaseovereenkomsten. De AFM heeft geen aanleiding gezien een grotere deelwaarneming uit te voeren.(zie voetnoot 7)

 

Nogmaals: De aangekochte en geleverde aandelen die zijn bijgeschreven in de depots van Dexia zijn geen garantie dat de aandelen de aandelenleasecliŽnten toebehoren. Waar is het wettelijk bewijs hiervan? Van zoín aankoop en aflevering met bijschrijving in het Wge-verzameldepot moet aan de effectenleasecliŽnt terstond melding worden gemaakt. Ook hier blijkt duidelijk, dat Dexia de aandelen niet geleverd heeft op de verzameldepotrekening op naam van cliŽnt. Dexia levert aan depotrekeningen voor effectenleaseproducten, dus aan zichzelf en niet aan cliŽnt.

De parlementaire behandeling van art. 17 Wge geeft aan dat alleen bijschrijvingen in dat deel van de administratie, dat is bestemd voor boekingen betreffende de rechten van cliŽnten op het verzameldepot geldt als levering.)

 

ďTen tweede heeft de AFM vastgesteld voor de periode van december 2000 tot en met december 20058 dat de veranderingen in de aantallen aandelen waarop afnemers van effectenleaseproducten, volgens de cliŽntenadministratie, recht hebben, hebben geleid tot vergelijkbare bij- en afschrijvingen op en van de depotrekeningen die Dexia ten behoeve van de betreffende effectenleaseproducten bij RBC Dexia aanhoudt. Deze conclusie geldt voor de veranderingen tussen de onderzochte 56 maandultimoís (noot 9) en voor alle 22 aandelenfondsen die in de verschillende effectenleaseproducten zijn opgenomen. (blz 4)Ē

 

(opmerking:Hier spreekt men van depotrekeningen, die Dexia t.b.v. de betreffende  effectenproducten bij RBC Dexia aanhoudt. RBC Dexia dient geen depotrekeningen aan te houden voor effectenproducten,  maar t.b.v. effectencliŽnten. Ook hieruit blijkt dat de effecten niet voor  cliŽnt gekocht laat staan geleverd zijn.

 

Daarnaast is het een gemiste kans dat de AFM geen verder onderzoek heeft gedaan naar de reconciliaties uit de periode 1997 tot en met 1999. Voetnoot 8 geeft de reden waarom er geen onderzoek naar gedaan kon worden:

 ďDexia heeft aangegeven dat de beschikbare informatie voor de jaren 1997 tot en met 1999 afkomstig was van haar rechtsvoorganger Bank Labouchere N.V. Volgens Dexia is deze informatie onvoldoende bruikbaar, omdat niet meer kan worden beoordeeld of de betreffende historische informatie destijds adequaat tot stand is gekomen. De AFM heeft hierom de voor deze periode aanwezige reconciliaties niet verder betrokken bij haar onderzoek.Ē

Uitgerekend die periode waarin de meeste aandelenleasecontracten werden afgesloten die aandacht behoeven! (o.a. de periode onder verantwoordelijkheid van AEGON. Dexia kan niet instaan voor de juistheid van de informatie die zij moesten verstrekken.  Je zou je natuurlijk ook kunnen afvragen of Dexia die informatie wel wilde geven. Om welke reden dan ook. Maar ja, als je er vanuit gaat dat Dexia geen blaam treft (vanwege overname foute bank) is men al gauw tevreden. Bovendien zijn er toch wettelijke regels bij overname!

De vaststelling is vanaf december 2000 en niet december 1999. Niet alleen de jaren í97 t/m í99 worden niet meegenomen, ook het jaar 2000 wordt er buiten gelaten)

 

ďIn hoeverre zijn de aandelen behouden ?  (blz. 5  Ad (2)Ē

 

(Opmerking : Hier dient wederom geconstateerd te worden, dat zoals AFM schrijft: "de  aandelen zijn bijgeschreven op de depotrekeningen van Dexia t.b.v.  effectenleaseproducten." Dus niet op de depotrekening van cliŽnt.)

 

ďDe AFM heeft vastgesteld dat Dexia in ieder geval gedurende de periode van december 2000 tot en met december 2005 ten behoeve van de afnemers van de door haar aangeboden effectenleaseproducten de aandelen waarop die producten betrekking hebben (1) tijdig zijn geleverd op de daarvoor bedoelde depotrekeningen bij RBC Dexia ťn (2) voorzover voor de nakoming van haar verplichtingen jegens die afnemers noodzakelijk, behouden. De AFM acht het aannemelijk, maar heeft dit niet feitelijk vastgesteld, dat aan de leveringen een aankoop is voorafgegaan. (blz 5 )Ē

 

(Opmerking : De AFM acht het aannemelijk, maar heeft dit niet feitelijk vastgesteld, dat aan de leveringen een aankoop is voorafgegaan.

 

Onze conclusie is dat Dexia en AFM een onvolledige en onjuiste administratie  her en der bij elkaar aan het schrapen zijn. Dexia de Nederlandse  voorschriften omtrent administratie organisatie volledig aan zijn laars lapt. En tot ons aller verbazing gaat het AFM hier  toch wel heel ver in mee.

 

De AFM heeft geen enkel moment stilgestaan hoe aandelen volgens de Wge gekocht  en geleverd dienen te worden. Enkele rechterlijke uitspraken in deze:

Beroepscommissie DSI d.d. 27 jan. 2005 (KCHB no. 91).  Punt 5.8.4 en 5.9.4  (laatste 4 regels).

 

-          DSI (5.8.4) ď.. Het gaat immers om een overeenkomst waarbij de deelnemer (Dexia) zich heeft  verbonden in eigen naam, maar t.b.v. en voor rekening van belanghebbende, effecten te kopen.  Overdracht van de effecten aan belanghebbende vindt echter ingevolge het  hiervoor in 4.1 onder (viii) vermelde art. 5 van de overeenkomst nog niet plaats. Weliswaar wordt daar bepaald dat de effecten van rechtswege gaan  toebehoren aan belanghebbende nadat deze aan de deelnemer heeft betaald wat  hij krachtens de overeenkomst aan de deelnemer verschuldigd is, maar de  levering zal, nu het gaat om effecten waarop de Wet giraal effectenverkeer  (verder Wge) van toepassing is, moeten geschieden op de wijze zoals vermeld  in art. 17 Wge. Op de instelling rust vervolgens de verplichting om van een  door haar verrichte bijschrijving terstond een kennisgeving te zenden (art.  25 lid 1 Wge) aan degene op wiens naam de bijschrijving heeft plaatsgevonden.  Dit een en ander is niet anders wanneer het de bedoeling mocht zijn de  effecten te leveren onder de opschortende voorwaarde dat belanghebbende aan  de deelnemer heeft betaald wat hij krachtens de overeenkomst aan deze  verschuldigd is. Van een verkrijging door belanghebbende van de effecten van  rechtswege, met achterwege laten van levering op de voet van art. 17 Wge,  kan geen sprake zijn (vgl. HR 23 september 1994, NJ 1996, 461). Nu niet gesteld is dat de effecten op de voet van art. 17 Wge zijn bijgeschreven op naam van belanghebbende en evenmin is gebleken van het doen van een kennisgeving als bedoeld in art. 25 lid 1 Wge, moet er van worden uitgegaan dat geen sprake van is dat de overeenkomst is uitgevoerd in de zin van art. 6:278 lid 1 BW. Reeds hierom is niet aan de voorwaarde voor toepassing van deze bepaling voldaan...Ē

 

-           DSI (4.1 onder (VIII) verwijst naar de "Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease" ď.. De overeenkomst houdt voorts het volgende beding in:"Zodra lessee al datgene aan de Bank heeft betaald wat hij haar krachtens deze leaseovereenkomst en de  daarbij behorende Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease verschuldigd is of zal  worden, is lessee automatisch en van rechtswege eigenaar van de waarden geworden."..Ē

 

 

-          DSI (5.9.4) ď.. (Zoals hiervoor onder 5.8.3 is overwogen...........................moet ervan worden uitgegaan dat de deelnemer [ Dexia] geen effecten aan belanghebbende heeft overgedragen..

 

Dit onderwerp betreffende verwijzen we ook naar:

 

- Uitspraak Rechtbank Arnhem, d.d. 16 februari 2005, LJN nr. AS6280.

 

- Uitspraak HR 23 september 1994, NJ 1996, 461.

 

- Parlementaire behandeling art. 25 lid 1 en lid 2. Wge (Kamerstukken II 1975/1976, 13780)

 

Art. 25 lid 1 Wge: ďEen aangesloten instelling is verplicht van een door haar verrichte bijschrijving terstond een kennisgeving te zenden aan degene op wiens naam de bijschrijving heeft plaatsgevonden.Ē

 

Art 25 lid 2 Wge: ďVan voorgaande lid kan niet bij overeenkomst worden afgeweken.Ē

 

Parlementaire behandeling:

De verplichting tot het zenden van een kennisgeving van bijschrijving is in  het eerste lid van dit artikel neergelegd. De met deze bepaling beoogde  bescherming van de effectencliŽnt zal alleen worden gerealiseerd als de  bepaling van dwingend recht is. Zou met een bepaling van een aanvullend  recht worden volstaan, dan valt te verwachten dat daarvan in de praktijk zal  worden afgeweken, in het bijzonder in de algemene voorwaarden van de  instellingen. Daarom bepaalt het tweede lid dat de verplichting tot het  zenden van een kennisgeving niet kan worden weggecontracteerd.

 

Hoe de handel in effecten geadministreerd moet worden (Euronext): "Indien de Member (Dexia) de order voor een cliŽnt uitvoert zal de Member  van de transactie een confirmatie naar de client sturen". "Een Member van Euronext (Dexia) is verplicht om een deugdelijke boekhouding  en administratie te voeren voor het vastleggen van alle transacties en  afwikkelingen daarvan en bewaarneming van effecten die op de Euronext  markten worden verhandeld.")

 

ďVoor de periode 1997 tot en met 1999 heeft de AFM wel de levering van aandelen (op basis van de uitgevoerde deelwaarneming) maar niet het behoud van aandelen kunnen vaststellen. De reden hiervoor is dat zowel Dexia als Euroclear Nederland de door de AFM opgevraagde informatie niet volledig konden overleggen. De informatie die Dexia wel kon overleggen voor deze periode bleek niet voldoende bruikbaar10. (blz5)Ē

 

(opmerking: Ook hier weer aannames maar geen feiten of bewijzen. De oorzaken hiervoor zijn vooral de verschillende fusies, overnames en opsplitsingen van entiteiten betrokken bij het afsluiten en afhandelen van effectenleaseovereenkomsten en de (mede als gevolg hiervan) wijzigingen in administratieve systemen en processen. (voetnoot 10) Toch handig zoín overname dan en net doen alsof er geen wettelijke verplichtingen tot goed beheer en administratie na een overname zijn gesteld. Als er dan verschillen optreden met betrekking tot datgene wat Euroclear Nederland wel of niet heeft bewaard, dan moeten er toch bellen gaan rinkelen voor nader onderzoek ? )

 

ďDe SPV geeft verhandelbare effecten uit met genoemde bezittingen als een soort onderpand. (blz 5)Ē

 

(opmerking: dit zijn de door Lease Assets Backed Securities BV uitgegeven met een zeer hoog gewaardeerde (tripple A) obligaties.Wij vragen ons af of met de zeer summiere informatie en zonder nadere omschrijving het hof wel van de werkelijke toedracht over deze achterliggende handel met uitgifte van deze hoog gewaardeerde obligaties op grond van de uitstaande vorderingen uit hoofde van de aandelenlease contracten goed op de hoogte komt.) 

 

ďDe betreffende securitisatietransacties zijn in 2002 beŽindigd waarna de SPVís zijn opgeheven.Ter extra waarborg voor de SPVís waren de aandelen die Dexia ten behoeve van haar effectenleasecliŽnten op bepaalde depotrekeningen bij RBC Dexia aanhield, aan de SPVís verpand. ( blz 5)Ē

 

(opmerking: Mag dit dan wel zonder toestemming en medeweten van de (economische) eigenaar?  Dienen niet alle baten die de aandelenleasecliŽnt toekomen dan dient dit ook voor de winst uit deze verpanding te gelden? Dit kon dus alleen geschieden omdat de aandelenleasecliŽnt helemaal geen eigenaar was van de aandelen maar Dexia zelf. Indien hieruit extra geld is gegenereerd dan behoren deze baten ook de lesseeís toe)

 

Hier spreekt men over SPV's (special pu[r]pose vihicle Ter extra waarborg voor de SPV's waren de aandelen die Dexia t.b.v. haar  effectenclienten op bepaalde depotrekeningen bij RBC Dexia aanhield, aan de  SPV's verpand. ).  (blz. 6 bovenaan.)

(opmerking : Hier komt dus duidelijk naar voren, dat Dexia volledig eigenaar is van de  aandelen. Eigendom van een effectenleasecliŽnt kun je anders toch niet  verpanden. Degene die het pand aanneemt is toch zeker helder van geest en zal toch zeker geen waarde schenken als betreffende effecten niet aan Dexia  toebehoren. De pandnemer is in deze toch geen filantroop? Ook hier gaat de AFM weer helemaal mee met Dexia. De Wge artikelen welke verpanding behandelen zijn voor de AFM helemaal niet vernoemd.)

 

ďVan overdracht van aandelen aan SPVís is geen sprake geweest, aldus Dexia. De door de AFM beoordeelde fondsenstaten bevestigen dat de aandelen op de depotrekeningen zijn blijven staan. Derhalve heeft de AFM geen aanleiding te veronderstellen dat de aandelen die onderdeel uitmaken van de zes securitisatietransacties niet zijn behouden. (blz 6)Ē

 

(opmerking: Dit is wel een erg makkelijke manier om de perikelen om deze verpanding van aandelen en verkoop van de leasecontracten aan de SPV en LABís te omzeilen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat een terugkoop van de contracten aan Dexia een hoop geld moet hebben gekost en erg ongebruikelijk werd gevonden. Dit was kennelijk noodzakelijk geworden (om Dexia-aanbod te kunnen doen) toen de problemen zich gingen voordoen en mensen van hun contracten af wilden.)

 

Wat Dexia (mogelijk)gedaan heeft is de leasecontracten doorverkopen aan speciaal daarvoor opgerichte onafhankelijke vennootschappen (LABS I, II, III etc.). Daarmee hebben die vennootschappen recht gekregen op alle toekomstige premiebetalingen van de lessees. Die vennootschappen financierden de aankoop van de contracten met de uitgiften van obligaties, de 'notes' waarin in de berichten hierboven gesproken wordt. Deze constructie, die in de financiŽle wereld tamelijk gewoon, maar wel zeer complex, is, heet securitisatie. Zij wordt om een aantal redenen gebruikt, die samenhangen met het verbeteren van balanspositie en risicoprofiel.

Wat belangrijk is, is dat Dexia door het doorverkopen, geen contrŰle meer heeft over de contracten.Toen lessees in financiŽle problemen kwamen, kon Dexia dus ook niet meteen iets doen voor die contracten die zij had doorverkocht, vandaar dat zij kennelijk eind 2002 geprobeerd heeft die contracten terug te kopen.

 

Een bevestiging hiervan is in het volgende persbericht terug te vinden:

 

ďNews Release
Friday 3 October 1997, 16:45 GMT Friday 3 October 1997
CITY
Fitch Investors Service


LEASE ASSETS BACKED SECURITIES' NLG400M NOTES TO BE RATED 'AAA' BY FITCH
London, October 3 - Lease Assets Backed Securities BV's (LABS) Netherlands Guilders (NLG) 400 million fixed-rate notes are expected to be rated 'AAA' by Fitch. LABS is a special purpose company incorporated in the Netherlands to acquire leases from Legio-Lease BV and issue notes to fund this acquisition.

The lease contracts forming the collateral for LABS consist of leases granted to borrowers to purchase share portfolios involving one or more of six specific companies quoted on the Amsterdam Stock Exchange. The lease contracts benefit from security provided by the underlying share value, as well as borrowers whose credit histories have been checked at the Bureau Krediet Registratie (BKR), Holland's leading credit information bureau.
The expected ratings are based on the quality of the collateral, the available credit enhancement, the guaranteed investment contract (GIC) provided by NV Bank Nederlandse Gemeenten, the maturity liquidity facility, the strength of the legal and financial structure and the underwriting and servicing capabilities of Legio-Lease. Credit enhancement for noteholders will be provided by overcollateralisation (11.5% of credit enhancement), a subordinated loan (1.0% of the outstanding balance deposited at closing) and cash flow from excess spread.

With the credit enhancement available, Fitch believes the collateral can withstand Fitch's 'AAA' stress scenario and still generate sufficient cash flow to make full and timely payments of interest and principal to investors.

Note to editors:

For a copy of Fitch's expected ratings report on this transaction, please call Elissa Baird 0171-638-3800

Distributed by PR Newswire on behalf of Fitch Investors ServiceĒ

 

 

 

In feite zijn de (vorderingen uit de) leasecontracten doorverkocht aan de SPVís

 

 

Uit het onderstaande blijkt dat Dexia inderdaad een stapel leasecontrcten heeft teruggekocht eind 2002.

Quote:

Dexia press release
(19/12/02 00:00 CET)

As announced on December 12, 2002, Dexia Bank Nederland NV is to repurchase the remaining lease contracts that were securitised and sold to Lease Assets Backed Securities III B.V. (the "SPV"). The details of the transaction have now been agreed and the transaction is to close before the end of this week.

Dexia Bank Nederland NV has agreed with the SPV and Stichting Security Trustee Lease Assets Backed Securities III to purchase certain assets of the SPV. Apart from all remaining securitised receivables, Dexia Bank Nederland NV will also purchase the notes issued by the SPV that are held by the SPV, namely 15 4.25% Class A Secured Notes due 2003 with a total nominal value of Euro 7,500,000 and 67 4.50% Class B Secured Notes due 2013 callable from 2004 with a total nominal value of Euro 33,500,000.

The total purchase price to be paid by Dexia Bank Nederland NV for all assets will be a little over Euro 300,000,000. The part of the purchase price attributable to the notes will be the market value of the notes at the closing of business on Friday, December 20, 2002. The part of the purchase price attributable to the receivables will be the difference between the total purchase price and the market value of the notes. The funds available after the consummation of this transaction within the SPV will be around Euro 350,000,000. These funds, together with the guaranteed interest to accrue thereon, will be sufficient for the SPV to fulfill all its future obligations.

The rating agencies, being Fitch, Moodyís and Standard & Poorís, have today confirmed in writing that the current rating of the notes issued by the SPV will not be adversely affected by this transaction.

 

 

 

Quote:

Dagblad De Telegraaf 12-12-2002 08:24
Dexia koopt 1,3 miljard aan obligaties terug


BRUSSEL (Dow Jones) - De Belgische Bank Dexia heeft besloten tot de terugkoop van 1,3 miljard euro aan obligaties.

De rentebetaling op deze schuldpapieren was verzekerd met de inkomsten die de bank genereert met haar producten op het gebied van aandelenlease. Dit meldt het Financieele Dagblad donderdag. Deze actie is volgens een woordvoerder van de bank noodzakelijk om de leaseklanten een schadevergoeding te kunnen uitkeren.

Het betreft hier gesecuritiseerde obligaties, wat onder meer inhoudt dat ze zijn doorverkocht aan grote beleggers.

Het terugkopen van dit soort schuldpapieren is volgens analist Nigel Greenwood van kredietbeoordelaar Standard & Poor's (S&P) een 'zeldzame' aangelegenheid. S&P besloot afgelopen dinsdag tot een verlaging van de kredietstatus van Dexia Bank Nederland.



vindplaats: http://www.dft.nl/servlet/ArticleByFilename?URL=http%3A%2F%2Fhomer%2Farchief%2Fwww.dft.nl%2Fxml%2F2002%2F12%2F12%2F00.irs3816530.xml

 

ďBijzondere voorwaarden effectenovereenkomsten.

De AFM heeft vastgesteld dat in de bijzondere voorwaarden van de  effectenleaseovereenkomsten tenminste vanaf april 1999 t/m februari 2002 een clausule was opgenomen die  verwees naar een zogenoemde 'voorwaardelijke overdracht', overeenkomstig  art. 17 Wge. De AFM heeft, gegeven de reikwijdte van de beschikking, geen  onderzoek verricht naar de vraag of voorwaardelijke levering conform art. 17  Wge mogelijk is. (blz 6 Ad 4)Ē

 

(opmerking: De reikwijdte gegeven door de onderzoekscommissie wordt hier ondergraven. De onderzoekscommissie heeft de belofte gedaan dat de reikwijdte van het  onderzoek breed zou zijn. Betrokken partijen konden dit met een gerust hart overlaten  aan de AFM. Men hoefde ook geen toevoegingen aan de opdracht voor de AFM te geven. Nu art. 17 Wge niet onderzocht is kunnen wij zonder schroom stellen dat dit  rapport van geen enkele waarde is, gezien de belangrijkheid van de Wet  giraal effectenverkeer.

 

Tevens willen wij hier mededelen, dat wij alle facetten van de Wge hebben  doorgemaild naar de AFM. Ons dan eigenlijk vertellen dat de Wge niet belangrijk is in deze kwestie maakt hun positie wel erg dubieus. Wij hebben hier verder geen goed woord voor over en zouden graag willen dat de onderzoekscommissie de Wge wel in ogenschouw neemt. )

 

ďDe AFM heeft vastgesteld dat aandelen t.b.v. effectenleaseclienten werden  bijgeschreven op naam van Dexia in de administratie van de bij Euroclear  Nederland aangesloten instelling RBC Dexia. Uit informatie van Dexia en van Euroclear Nederland blijkt evenwel dat ook  Dexia vanaf november 1995 tot heden aangesloten instelling bij Euroclear  Nederland is geweest. De AFM merkt op dat als gevolg van de Wge-systematiek  - art. 10 Wge juncto 17 Wge - en het feit dat Dexia aangesloten instelling  van Euroclear Nederland is geweest, het mogelijk zou kunnen zijn dat geen  voorwaardelijke, maar een 'onvoorwaardelijke' bijschrijving van de aandelen  ten gunste van de effectenleaseclienten van Dexia heeft plaatsgevonden.. (blz 7)Ē

 

(opmerking : de AFM heeft dus vastgesteld dat Dexia wanprestatie jegens vele cliŽnten heeft gepleegd, omdat niet conform de Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease de aandelen ten name van de cliŽnten zijn bijgeschreven, maar ten name van Dexia in de administratie van RBC Dexia. 

 

Vervolgens gaat de AFM denken voor Dexia. En men spreekt over een 'onvoorwaardelijke overdracht' van de aandelen. Nu beginnen wij toch wel echt aan de onafhankelijkheid van de AFM te twijfelen. Na zowel art. 10 Wge, als de parlementaire behandeling hiervan gelezen te hebben kunnen wij niet begrijpen, dat de AFM met deze stelling kan komen. Als de AFM al wil meedenken, waarom gaat zij dan niet verder in op:

 

1. Dexia heeft een onvolledige en onjuiste administratie. Richt deze naar eigen goeddunken in. De administratieve inrichting is niet conform de voorschriften van Euronext. Dit blijkt gedeeltelijk uit dit AFM rapport, gerechtelijke uitspraken, boete AFM (rapport AFM 2003).

2. Levering volgens art. 17 houdt tevens in een confirmatie sturen aan cliŽnt (art. 25 lid 1). Deze confirmatie is verplicht (art. 25 lid 2). Hier mag men volgens de parlementaire behandeling ook met ďBijzondere Effectenvoorwaarden" niet van afwijken (Kamerstukken 11 1975/1976, 13780). Dexia schendt hier art. 34 j  28 leden 3 en 4, alsmede artikelen 35 en 36 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer (NR). Ook schendt Dexia artikelen 7.5 en 7.8 aanhef en sub d bijlage 7 bij de NR.

3. Dexia heeft de effecten tijdelijk verpand. (reeds bij de SPV's omschreven).

4. In de "Bijzondere Voorwaarden voor Effectenlease" wordt duidelijk eigendomsvoorbehoud gemaakt. De aandelen zijn dus niet van effectencliŽnt (zie o.a. DSI no. 91).

5. (blz. 7 bovenaan) De AFM heeft zelf vastgesteld dat aandelen t.b.v. effectencliŽnten worden bijgeschreven op naam van Dexia in de administratie van de bij Euroclear Nederland aangesloten instelling RBC Dexia.

6. Rechterlijke uitspraken:

7. Door de effecten niet op de juiste wijze te leveren pleegt Dexia wanprestatie jegens haar effectencliŽnten. Er is zelfs sprake van een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Immers heeft Dexia in strijd gehandeld met de wet en valt dat aan Dexia toe te rekenen, gezien zijn positie als professionele contractspartij.

8. De draaimolen die Dexia creŽerde met het rondpompen van aandelen (zie hiervoor ook de opmerking op blz. 16)).

 

ďBijbehorende geldstromen zijn niet in deze figuur weergegeven. Dit zou de complexiteit van deze figuur vergroten en valt buiten de door het gerechtshof gestelde onderzoeksvragen. (blz 11)Ē

 

(opmerking : meerdere keren gebruikt de AFM deze zin als verklaring voor het nŪet uitvoeren van acties, waartoe juist door het hof de AFM wel vrijheid gaf; alles moest kunnen worden onderzocht wat van belang kon zijn voor deze zaak. Conclusie: Hieruit blijkt dat de AFM de vrijheid heeft genomen om het onderzoek te beperken tot datgene wat haar uitkwam)

 

ďGezien de beperkte tijd die de AFM heeft/had om het onderzoek bij Dexia uit te voeren, heeft de AFM zich bij de lijncontrole beperkt tot de beoordeling of de bij de eerste tranche aan te kopen aandelen daadwerkelijk zijn aangekocht en is niet naar de aankoop van vervolgtranches gekeken13  ( blz 13)Ē

 

(opmerking : er wordt dus voorbij gegaan aan de hele optie handel die juist van groot belang is en een essentieel onderdeel had moeten zijn in het onderzoek door de AFM. Het is niet te verteren dat juist deze belangrijke zaken niet zijn uitgezocht. Uit de soort gebruikte opties is immers heel goed af te leiden hoe Dexia te werk is gegaan.)

 

ďDe AFM acht deze wijze van onderzoek geschikt voor de beantwoording van de vragen van het gerechtshof vanwege de gewenste doorlooptijd van het onderzoek, het aantal jaren waar het onderzoek betrekking op heeft en de omvang van de te onderzoeken gegevens. (blz 13)Ē

 

(opmerking : De kwaliteit en juistheid van het onderzoek zijn dus hieraan ondergeschikt gemaakt.)

 

ďProces van verwerving van de aandelen. (blz 16)Ē

 

(opmerking : In de punten 3.2 punt 2 enz . worden geen aandelen op naam of op contract bestelling gekocht, maar op basis van inschatting vooraf.

 

In de daarna genoemde punten blijkt dus dat er al aandelen zouden zijn gekocht voor een prijs, die later voor een andere prijs via het contract zijn verkocht. Een grote pot dus van effecten gekocht tegen diverse aankoopkoersen, maar die wel tegen de koers van de contractdag zijn verrekend (de koers dus van die dag en niet die van aankoop, terwijl er altijd in de contracten is gesproken over, wij hebben aangekocht....ter waarde van... ).Ook hier wordt niet gesproken over een daadwerkelijke aankoop, maar over een administratieve aankoop, zonder aankoopbewijzen (zie ook blz 18)

 

ďHoofdstuk 3  Aankoop en levering van aandelen

3.2   Proces van aankoop en levering.

3 punten uit de hoofdlijnen (4), (5) en (9).

 

(4) De op Euronext aangekochte aandelen doorliepen, zoals gebruikelijk is  bij transacties die in beursgenoteerde effecten worden uitgevoerd, een proces van clearing en settlement en werden bijgeboekt op een zogenoemde omnibusaccount die RBC Dexia  aanhoudt bij Euroclear Nederland. RBC Dexia draagt zorg voor de bewaring van effecten van  clienten van Dexia.

(5) Vanuit de omnibusaccount werden de aangekochte posities bijgeboekt op de  depotrekeningen die door Dexia t.b.v. effectenleaseproducten werden aangehouden. Voor elk effectenleaseproduct hield (en houdt) Dexia hiertoe een depotrekening aan bij RBC Dexia.

(9) Indien uiteindelijk minder overeenkomsten geretourneerd werden dan door  Dexia vooraf ingeschat (en waarvoor men aandelen had aangekocht), werden de teveel aangekochte  aandelen afgeboekt van de depotrekeningen. De aandelen werden dan niet direct (op de beurs) verkocht, maar werden van de depotrekening overgeboekt naar een zogeheten 'management account' op naam van Dexia. Indien meer overeenkomsten  geretourneerd werden dan Dexia vooraf had ingeschat, werden tekorten op de depotrekeningen  vanuit de management account aangevuld. (blz. 16 )Ē

 

(opmerking :

- Bij (4) worden de aandelen gekocht en vervolgens bijgeboekt op een  zogenoemde omnibusaccount. D.w.z. dat Dexia aandelen kocht en vervolgens op  zijn eigen depotrekening (omnibusaccount) aanhield.

- Bij (5) worden de aandelen bijgeboekt op een depotrekening, die ook van  Dexia is. Men koopt dus 2x voor zichzelf (dexia) aandelen. Stel nu dat bij (5) de aandelen correct (wat dus niet waar is) worden  geleverd aan effectencliŽnt. Dan nog is Dexia in overtreding. Men mag nl. geen aandelen uit eigen depot  (omnibusaccount) aan effectencliŽnten verkopen/leveren. Aandelen dienen door de Member (Dexia) op Euronext te worden aangekocht in  eigen naam, maar t.b.v. en voor rekening van effectenclient.

- Bij (9) wordt de Wge helemaal terzijde geschoven. De overgebleven aandelen gaan nu naar een 3e depotrekening (managementaccount) op naam van Dexia. Vanuit deze 3e depotrekening (managementaccount) werden tekorten bij zowel  de omnibusaccount (1e depotrekening) als overige effectenleasedepots (2e  depotrekeningen) aangevuld, indien meer overeenkomsten door cliŽnten werden teruggestuurd dan Dexia vooraf had ingeschat.

Men kan hier toch niet over levering van aandelen aan effectenleasecliŽnten spreken. Nu hebben de aandelen al op 3 eigen depotrekeningen van Dexia gestaan. Dat geschuif van aandelen op depotrekeningen is natuurlijk geen probleem, indien de aandelen van Dexia zelf zijn. Dat AFM, de deskundige partij (blz. 1), hier geen kanttekening bij maakt is naar onze mening laakbaar te noemen.

- Noot: Bij (4) spreekt AFM: "RBC Dexia draagt zorg voor de bewaring van effecten van (reguliere) cliŽnten van Dexia. Dit zijn dus geen effectenleasecliŽnten, maar gewone cliŽnten van Dexia)

 

ďDe AFM heeft niet kunnen vaststellen dat de gegenereerde verzamelorders zijn  doorgegeven aan de afdeling die de verzamelorders uitvoerde, omdat Dexia  geen bescheiden heeft overlegd waaruit dit onomstotelijk blijkt.

Het is de AFM niet mogelijk gebleken om op basis van de beschikbare gegevens  een aansluiting te maken tussen de gegenereerde verzamelorders en door Dexia  uitgevoerde transacties op Euronext Amsterdam (ordertickets niet allemaal aanwezig). (blz 18)Ē

 

(opmerking : Hier staat letterlijk dat de aandelen aan Dexia worden geleverd. Dat aan de levering geen aankoop kan worden vastgesteld is duidelijk. Dit regelde Dexia zelf door te schuiven met aandelen in haar verschillende depots (in lagen - 3 in getal).  

Omnibusaccount (1),   Overige effectenleasedepots (2),   Managementaccount (3).

Het managementdepot (no. 3) kan men hier betitelen als de overloop van de draaimolen. Dat er geen aansluiting gemaakt kan worden tussen de gegenereerde verzamelorders en de uitgevoerde transacties is ook overduidelijk. Aandelen kunnen komen van de beurs, maar ook van aandelen die nog zaten in de omnibusaccount (no. 1) of het managementdepot ( no. 3). Als een contract afloopt gaan de aandelen (zeker in 2000 t/m 2002) van overige effectenleasedepots (no. 2) naar het managementdepot (no. 3). Zij worden dus niet op de beurs verkocht, maar gaan weer in de draaimolen, voor de volgende effectenleasecliŽnt. Net zoals met de teveel aangekochte aandelen op de beurs.)

 

ďHet is voor de AFM niet mogelijk gebleken om op basis van de beschikbare gegevens een aansluiting te maken tussen de gegenereerde verzamelorders en door Dexia uitgevoerde transacties op Euronext Amsterdam.

Hiervoor zijn twee redenen. Ten eerste heeft Dexia niet alle gegevens kunnen overleggen die deel uitmaken van haar primaire orderregistratie. Dexia heeft aangegeven dat ordertickets niet allemaal aanwezig zijn. Indien de ordertickets wel aanwezig zijn, zou het teveel tijd kosten om deze aan te leveren. Dit betekent dat de AFM in geen enkel geval het traject van de aankoop van de aandelen voor een individuele cliŽnt volledig heeft kunnen reconstrueren. (blz 18)Ē

 

(opmerking : de AFM heeft dus niets onderzocht , maar aangenomen wat Dexia heeft verteld. Hierdoor is het onderzoek ťťn grote administratieve farce geworden, waarin de theorie overheerst over de praktijk en de daadwerkelijke bewijzen, zoals de wet vereist, ontbreken. Dit is een essentieel punt voor het onderzoek, maar dit wordt met een enkele zin naar de prullenbak verwezen. De AFM onderzoekt niets omdat Dexia aangeeft dat het moeilijk is. De AFM heeft dus geen enkel bewijs gezien. De ordertickets die de ESP desk van Dexia moet maken aan de hand van een verzamelorder zijn belangrijk.

Die maken het mogelijk om orders te volgen en later alles te controleren. Van eerste registratie tot aan verantwoording en vice versa.


NADERE REGELING PRUDENTIEEL TOEZICHT EFFECTENVERKEER 2002

http://www.dnb.nl/dnb/bin/doc/nrp_sep02_tcm12-35631.pdf


Op pagina 28 over Orderafhandeling en orderadministratie staat bijvoorbeeld bij c.:

 

c) de primaire vastlegging van de order, daaronder begrepen alle wijzigingen van bestaande orders, in de orderadministratie, op doorlopend voorgenummerde ordertickets, waarbij alle modaliteiten van betreffende order, inclusief de cliŽnt voor c.q. door wie de order is opgegeven, onmiddellijk worden vastgelegd. Ingeval van een geautomatiseerd orderboek, kent het geautomatiseerd systeem automatisch een doorlopende nummering toe aan de ingevoerde orders. Er dient te worden voorzien in de mogelijkheid om orders, voor zover van toepassing per cliŽnt geÔndividualiseerd, te volgen vanaf het moment van de primaire registratie tot aan de verantwoording en vice versa, met inbegrip van alle eventueel aangebrachte wijzigingen. De orderadministratie kan in dat kader zowel handmatig als geautomatiseerd worden gevoerd, waarbij in geval gebruik wordt gemaakt van een geautomatiseerd orderboek uit de documentatie van de leverancier moet blijken dat alle in de orderadministratie vastgelegde orders traceerbaar blijven;


Het is onbegrijpelijk dat de AFM hier geen vat op krijgt of wil krijgen. Hoe naief moet de AFM zijn om geen interesse te hebben in die ordertickets???

 

Er is geen verwijzing naar de terugkoopactie (verpanding aan SPV's-LAB's) die in het jaar 2001 heeft plaatsgevonden in het kader van het Dexia-aanbod (Jaarverslag 2002, p. 16). De aandelen zijn volgens Dexia in depots blijven staan en alleen verpand met terugkooprecht.  Dit zeggen ze omdat ze bang zijn dat er gesteld kan worden dat zij de aandelen niet behouden hebben. Maar als deze aandelen de effectenleasecliŽnten toebehoren worden ze nog een keer verpand (dubbele verpanding) Dat mag natuurlijk nooit. Waarom was dan die terugkoopactie? Hier moet de AFM antwoord op zien te krijgen.)

 

ďHoewel kan worden verondersteld dat in de meeste gevallen een levering een aankoop vooraf gaat, heeft de AFM dit laatste niet feitelijk vastgesteld. (blz 19).Ē

 

ďDe AFM acht het aannemelijk, maar heeft dit niet feitelijk vastgesteld, dat aan de leveringen een aankoop is voorafgegaan (blz 19)Ē

 

ďHet is de AFM niet mogelijk gebleken om op basis van de beschikbare gegevens een aansluiting te maken tussen de gegenereerde verzamelorders en de door Dexia uitgevoerde transacties op Euronext Amsterdam (blz 19)Ē

 

(opmerking op blz 19. De conclusie van de AFM dat de aandelen voor de effectenleasecliŽnten tijdig geleverd zijn is onjuist. Ten eerste was het niet mogelijk een aansluiting te maken tussen de verzamelorders van Dexia en de transacties op Euronext en ten tweede geeft de AFM aan dat de bulkorders niet naar individuele cliŽnten kunnen worden herleid en dat is wel nodig om uit te sluiten dat de stukken niet ten behoeve van andere dan effectenleasecliŽnten zijn geleverd.)

 

ďShortposities management account (no.3).

De AFM heeft vastgesteld dat twee depotrekeningen van Dexia een directe  relatie hadden met de depotrekeningen die werden aangehouden t.b.v.  effectenleaseproducten. Dit betreffen de zogeheten 'management accounts'  (3). Deze rekeningen hadden tot doel tijdig te anticiperen op overschotten of tekorten op de depotrekeningen (no. 2). Overschotten of  tekorten ontstonden doordat Dexia aandelen aankocht op basis van een  inschatting van het aantal effectenovereenkomsten dat zou worden  geretourneerd. Deze inschatting was niet in alle gevallen accuraat. (blz. 24 )Ē

 

(opmerking : Hier krijgen we een bevestiging van het door Dexia geÔntroduceerde  draaimolenproces van aandelen. Hier kunnen we toch niet meer spreken van koop en levering aan  effectencliŽnt volgens art. 17 Wge en art. 25 Wge. Hoe kan ik immers een kennisgeving krijgen, dat ik effecten op de beurs heb  gekocht (via Dexia), als de aandelen van het management account (3) komen ? )

 

ďHet economisch eigendom van de effecten ligt bij de effectenleasecliŽnt en  niet bij Dexia. Dexia is alleen juridisch eigenaar van deze aandelen totdat  de cliŽnt aan al zijn verplichtingen jegens Dexia heeft voldaan. (blz. 25  beneden)Ē

 

(opmerking :De Beroepscommissie DSI is hier in haar uitspraak zeer duidelijk geweest. Zie commentaar bij blz. 5.)

 

ďDe clausule verwees naar een zogenoemde ďvoorwaardelijke overdrachtĒovereenkomstig artikel 17 Wge. De vraag of voorwaardelijke levering conform artikel 17 Wge mogelijk is wordt buiten beschouwing gelaten  (blz 26)Ē

 

(opmerking : Dit is een wetsartikel en wordt zonder reden maar buiten beschouwing gelaten. Het lijkt dat dit soort overtredingen Dexia ťn de AFM niet goed uitkomen om hier serieus op in te gaan, willekeur dus.

opmerking : Hetzelfde is van toepassing op : Bijschrijving van aandelen (blz 26)

 

ďDe AFM merkt allereerst in dit verband op dat, gelet op de vraagstelling van  het Gerechtshof, De AFM getracht heeft een beeld te krijgen van de situatie  over de periode 1997 t/m 2005. Het is echter zeer beperkt gelukt de naar het oordeel van de AFM voor het  onderzoek noodzakelijke informatie te verkrijgen over de feitelijke gang van  zaken over de periode 1997 t/m 1999. De oorzaken hiervoor zijn vooral de verschillende fusies, overnames en  opsplitsingen van entiteiten betrokken bij het afsluiten en afhandelen van effectenleaseovereenkomsten en  de (mede als gevolg hiervan) wijzigingen in administratieve systemen en  processen. Dexia heeft aangegeven dat de beschikbare informatie voor de  jaren 1997 t/m 1999 afkomstig was van haar rechtsvoorganger Bank Labouchere N.V. Volgens Dexia is deze informatie onvoldoende bruikbaar,  omdat niet meer kan worden beoordeeld of de betreffende historische  informatie destijds adequaat tot stand is gekomen. De AFM heeft hierom de  voor deze periode aanwezige reconciliaties niet verder betrokken bij haar  onderzoek.

Evenmin konden door RBC Dexia, de huidige custodian en Euroclear Nederland,  het centraal instituut zoals bedoeld in de Wge, gegevens worden verstrekt over de periode  1997 t/m 1999. Hierdoor konden de door Dexia over deze periode wel (beperkt) aangeleverde  gegevens niet worden aangesloten met de administratie van RBC Dexia en  Euroclear Nederland.

Tenslotte kon Dexia niet alle door de AFM opgevraagde gegevens betreffende  de periode 2000 t/m 2005 verstrekken. Aan de AFM konden o.a. geen ordertickets worden  verstrekt, met daarop de vastlegging van de opdracht tot aankoop van  aandelen door de afdeling die de cliŽntenadministratie verzorgde aan de  afdeling die de orders voor Dexia uitvoerde. ( blz 27)Ē

 

(opmerking : Dexia bepaald hier dat de informatie over 1997 t/m 1999 onvoldoende  bruikbaar is. De administratie had conform de voorschriften van Euronext moeten zijn. Dat geen ordertickets door Dexia konden worden verstrekt is duidelijk. Het  draaimolensysteem van de verschillende depotrekeningen zou dan volledig ontmanteld kunnen  worden. Waarbij dus ook duidelijk wordt dat er regelmatig geen sprake is van aankoop  van aandelen op de beurs. Leveren volgens de Wge is dan ook onmogelijk. AFM had deze misleiding van de zijde van Dexia moeten zien. Dit dan ook een kwalijke zaak.)

 

ďBij haar onderzoek bij Dexia heeft de AFM veel gebruik gemaakt van door Dexia samengestelde bescheiden enz (blz 29)Ē

 

(opmerking : Dexia heeft dus zelf aangeleverd wat ze zelf wilde laten zien en dat was ook precies de bedoeling van de AFM. Ze hoefde het alleen maar over te nemen zonder eigen initiatief, controle of constatering)

 

ďZodra transacties zijn verricht op Euronext Amsterdam tussen.... enz  Blz 34 punt 11.Ē

 

(commentaar : in hoeverre is dit daadwerkelijk onderzocht)

 

Aanvullende opmerkingen:

 

De AFM concludeert dat het aannemelijk is dat voor levering een aankoop vooraf is gegaan, maar zij stelt niet waarom dit aannemelijk is of waar zij die bevindingen op baseert. Gebleken is dat Dexia de ordertickets niet kan overleggen, hetgeen het enige harde bewijs is van aankoop en toch concludeert zij tot het tegenovergestelde van de voor de hand liggende conclusie, namelijk dat het afwezigheid van die ordertickets impliceert dat er niet aangekocht is. Daar komt bij dat het volstrekt geen logische redenering is dat levering altijd voorafgegaan wordt door aankoop. Uiteraard is eigendom een vereiste voor levering, maar juist bij aandelen is het aankoop moment beslissend. Dit bepaald de hoogte van je renteverplichtingen en de hoogte van je restschuld.

 

Tevens is het vreemd dat de AFM conclusies trekt in haar rapport die geen onderbouwing vinden in de feiten. Is het niet aan de rechter om conclusies te trekken en aan de AFM om feiten te overleggen?

 

Wat ook nog eens bevreemd is dat de uitspraken van zaken, waarin de aankoop van aandelen een rol heeft gespeeld, schijnbaar op basis van dezelfde administratie hebben geconcludeerd dat Dexia niet in haar bewijsopdracht is geslaagd. De AFM had gewoon moeten zeggen dat ook zij er niet in geslaagd zijn om aan het bewijs te leveren.

 

De AFM concludeert dat er op de depotrekeningen genoeg aandelen staan en dat dat aantal overeenkomt met het aantal aandelen dat op basis van de contracten op die rekeningen behoorde te staan. Dit gegeven zal hoogstwaarschijnlijk juist zijn, waardoor de AFM redeneert dat Dexia ze ook wel aangekocht zal hebben. Dat een bank voortdurend grote orders plaats op een effectenbeurs en dat die aandelen wel eens op een veel eerder tijdstip aangekocht zijn wordt niet meegenomen in het onderzoek. Het AFM heeft aldus enkel gezocht naar bewijs dat de stellingen van Dexia onderschrijft en beroept zich bij twijfels op de beperkte onderzoeksvraag. Het geeft geen pas om dan op basis van een dusdanig mager onderzoek een conclusie te trekken die niet door feiten wordt ondersteund.

 

 Tevens maakt de AFM zich er makkelijk vanaf door niet in haar rapport te vermelden waarom Dexia en Euroclear de betreffende informatie niet kunnen leveren. Hebben ze het weggegooid, is het te lang geleden, wordt zoiets sowieso nooit bijgehouden of (veel logischer) de gegevens over de aankoop hebben nooit bestaan. Beschikt Euroclear niet over een administratie waarin wordt bijgehouden wie wanneer welke orders plaatst? Dat lijkt bijzonder onaannemelijk.

 

Ook waar  de AFM zich te makkelijk achter verschuilt is het niet betrekken van de certificaat producten  De AFM stelt dat Dexia op basis van de algemene voorwaarden niet verplicht was om aandelen te kopen. Feit blijft dat er een lening aan dit soort producten verbonden is waarover rente betaald moet worden. Als er niets voor dat bedrag gekocht is dan is er dus ook geen renteverplichting.

 

Dexia geeft veelal de schuld aan AEGON(voorgangers). De  AFM bericht duidelijk hierover dat voor alle ontbrekende, slecht te traceren historische contractgegevens voor de gedupeerden uit periode voor 2000, de schuld wordt gelegd bij Aegon. Bij overname zijn echter wettelijke regels te volgen. Er kan niet zomaar iets verdwijnen !

 

De kwestie m.b.t. de prijzen/hedging van de termijnposities.

De hedging posities staat op de balans van Dexia. Aan Dexia hoeft maar ťťn vraag te worden gesteld: hedgde u met call opties of met termijncontracten? Indien Dexia zegt: met termijncontracten, dient de vraag te worden gesteld: waarom brengt u dan een premie aan de cliŽnt in rekening. De betreffende opties of termijncontracten dienen te blijken uit de OTC administratie (eigen posities) van Dexia. Hier is geen uitvoerig boekenonderzoek voor nodig, maar een beperkte, gerichte kennisname van dit specifieke deel van de administratie.

Overigens stelt Dexia zelf, dat het om termijntransacties zou gaan (zie noot 13 van het rapport).

 

De AFM heeft niet vastgesteld dat aan de leveringen een aankoop vooraf is gegaan. Aldus is ook niet vastgesteld, dat de aandelen zijn gekocht voor dezelfde prijs/koers als die aan de cliŽnt in rekening is gebracht. Aldus wordt de kernvraag niet beantwoord, d.w.z. heeft Dexia een zelfde nadeel ondervonden van de koersdalingen als de cliŽnt? Als Dexia de aandelen heeft aangekocht voor een lagere koers dan de koers die aan de cliŽnt is gerekend, heeft Dexia een voordeel genoten. In dat kader is het niet aanvaardbaar, dat kennelijk geen aansluiting kan worden gemaakt tussen de verzamelorders en de transacties op de beurs. Aldus is niet nagegaan tegen welke prijs/aandelen de aandelen zijn verworven.

Iets wat ook al in het AFM rapport in 2003 en de daarop volgende boetes is aangetoond.

Eťn van de boetes ging over afrekenprijzen :

 

ďAfrekenprijzen
Gebleken is dat bij de afrekening van transacties ten behoeve van effectenlease-cliŽnten regelmatig een opslag is gehanteerd boven op de beurskoers. Deze opslag is doorberekend aan cliŽnten, waarbij de beurskoers inclusief de opslag als 'aankoopkoers' op de transactie-overzichten is vermeld. Dit betekent dat transacties van cliŽnten niet in alle gevallen tegen de op dat moment geldende beurskoers zijn afgerekend, hetgeen strijd oplevert met artikel 35 Bte 1995 juncto artikel 30, tweede lid, NR 1999Ē

 

En dan ging men er met die boete formulering ervan uit dat de aandelen werden verrekend als zijnde die dag aangekocht.

Het AFM rapport laat zien dat die aankoop niet op de zelfde dag hoefde te zijn, maar een aankoop in een bepaalde periode.

 

Ook de rechtbank maakt (terecht) verschil tussen aannames en feiten.

Zie b.v. de uitspraak van de rechtbank te Dordrecht op 13 oktober 2005.

http://www.platformaandelenlease.nl/Uitspraken/Dordrecht13102005.htm

 

Hierin wordt o.a. gesteld:

 

ď7.4  De veronderstelling van Dexia dat [X] deze transacties met zijn echtgenote heeft (voor)besproken is niet gebaseerd op feiten, maar een aanname dat bespreking van dergelijke transacties in elk gezin in het algemeen zal plaatsvinden.

Het beroep op verjaring door Dexia is ongegrond en wordt gepasseerd.Ē

 

Het gerechtshof (en AFM) dient te oordelen naar feiten en niet op aannames.

 

 

In maart 2003 stelde Tros Radar een aantal vragen aan Dexia omtrent de aandelenlease contracten. Eťn van die vragen was :

ďIndien er sprake is van aandelen, worden deze in depot bewaard of op naam van de cliŽnten?Ē

 

Antwoord Dexia :

ďDe aandelen worden per product in depot bewaard met een administratie waaruit aanspraken per cliŽnt blijken en een optimale bescherming wordt geboden. De bewaring van aandelen die verhandeld worden op de Nederlandse beurs valt onder een wettelijke beschermingsregeling. Omdat in dit geval de lessee nog geen juridisch eigenaar is, is het volgende geregeld en goedgekeurd door de Autoriteit FinanciŽle Markten (voorheen STE): de aandelen worden per product geadministreerd op naam van de bank "INZAKE LESSEES"; de onderliggende administratie is op cliŽntniveau, en de lessee heeft een pandrecht op de voor hem bestemde aandelen.Ē

 

Nog een vraag van Radar :

ďIs er sprake van een synthetisch aandeel, opgebouwd uit een gekochte call-optie en een geschreven put-optie, in plaats van aandelen?Ē

 

Dexia:

ďBij de Winstverdriedubbelaar is sprake van aan de beurs genoteerde aandelen.Ē

 

Reactie Radar:
ĒLegio vermeld hier niets over de optieconstructie. Juist deze optieconstructie zorgt voor grote verliezen bij de klanten van Legio.Ē
Ēopmerking: Waarom omzeilt Legio hier de vraag door alleen te spreken over op de beurs genoteerde aandelen terwijl de opties zo we nu weten NIET op de beurs verhandelt werden. Dit zijn zogenaamde Over The Counter (OTC)opties die tussen professionele handelaren onderling verhandelt worden. Dat geeft te denken..Ē

 

Het voorlopige AFM rapport is te vergelijken met het PriceWaterhouseCoopers  (PWC) rapport van september 2004. Dit rapport verscheen op verzoek van de rechtbank in Arnhem  in het kader van een rechtzaak over o.a. de aan- en verkoop c.q. levering  van de aandelen. De rechtbank wenste dat Dexia bewijs kon overleggen. Dit rapport werd met  trots door Dexia aan de pers gepresenteerd en er werd geschreven dat Dexia  de aandelen had gekocht. De rechtbank echter prikte hier doorheen, vond dat het rapport onvoldoende  bewijs bevatte en wenste van Dexia echte bewijzen. Deze bewijzen zijn echter  nooit geleverd door Dexia ondanks verzoeken van de rechtbank. Het PWC rapport stond bol van theorieŽn,  tabellen en overzichten, het ontbrak echter aan feitelijke bewijzen, net zoals nu bij het voorlopige

AFM rapport.

 

Bij de wijze van onderzoek stellen wij ook vraagtekens.

Waarom zo moeilijk? Er zijn toch wettelijke regels hoe een administratie  ingericht moet zijn?

Waarom moet ik iets gaan vergelijken? Een transactie moet gewoon van begin  tot einde te traceren zijn. Dat dit zo moeilijk is kunnen wij niet begrijpen. Dat Dexia zijn uitgevonden draaimolensysteem wil maskeren is hun probleem,  AFM had hier makkelijk doorheen kunnen prikken.

 

In het managementdepot (no. 3) zitten dus aandelen, die op verschillende dagen zijn verworven. Als iemand een effectenlease contract afsluit is het dus wel mogelijk, dat men aandelen vanuit dit overloopdepot krijgt. En dat tegen de dan geldende "dagprijs". Met  hoeveel verschillende "dagprijzen" hebben we dan niet te maken ?  Hier is toch sprake van  willekeur, bovendien bepaald Dexia die dagprijs zelf.  Dexia is makelaar in  effecten (DSI no. 91) en moet effecten t.b.v. cliŽnten op de beurs Euronext verwerven. En niet uit eigen depots.

 

De slotconclusie van het AFM.

Als men bovenstaand commentaar gelezen heeft kan men toch niet stellen,  zoals AFM wel doet, dat Dexia aandelen voor haar cliŽnten heeft gekocht, geleverd en behouden  zoals de Wge dit voorschrijft?

 

 

Nogmaals de conclusie en mening van de stichting Platform Aandelen Lease.

 

De AFM geeft aan dat ze feitelijk geen bewijzen hebben, maar het aannemelijk achten dat Dexia de aandelen heeft gekocht.

Het is onbegrijpelijk dat, na het gestelde hierboven,  de AFM tot een eindconclusie kan komen zoals verwoord in hun rapport.

Daarnaast is naar onze mening de AFM zijn boekje te buiten gegaan en heeft zelf conclusies getrokken die het hof behoort te maken uit de feiten die de AFM heeft aangedragen.

Deze feiten worden nu verdoezeld door zelf al met conclusies te komen

 

 

13 oktober  Stichting Platform Aandelen Lease